De vrede leek zo veelbelovend toen de Tweede Wereldoorlog nog niet was afgelopen, maar al snel na de Bevrijding kwamen verwachtingen over een ingrijpende maatschappelijke vernieuwing niet uit. De voormalige verzetsman Henk van Randwijk bracht zijn teleurstelling scherp onder woorden:
Deze naoorlogse wereld bevalt me niet. Bevalt me minder dan de vooroorlogse, minder. En ik schrik van mijn eigen woorden: “minder dan de oorlogsjaren”.
Veel jongeren die in de oorlog waren opgegroeid ervoeren vooral sleur en verveling. Maar het paste niet om daarover te zeuren. De Wederopbouw vroeg inzet en aanpassingsvermogen. De handen uit de mouwen.
Toch was er een schrijver die feilloos het gevoel van leegheid en nutteloosheid in deze jaren onder woorden wist te brengen: Gerard Reve. In dit huis aan de Jozef Israëlskade in Amsterdam schreef hij een roman over een 23-jarige jongeman Frits van Egters. Gedurende de laatste 10 dagen van het jaar 1946. 10 dagen waarin ogenschijnlijk helemaal niets interessants gebeurde.
Hij liep achteruit en weer naar voren. Telkens de spiegel in een iets gewijzigde stand schikkend. Toen hij zijn hele gestalte onderscheidde trok hij zijn buik in en hield de kleine spiegel zo in de linkerhand dat hij zijn lichaam eerst van opzij en toen van achteren geheel kon zien. Daarop hing hij de spiegel weer op, deed het licht uit en keerde naar zijn slaapkamer terug. “Een mislukking”, mompelde hij zacht, “een volledige mislukking”. “Hoe kan dat, een totaal vergooide dag, halleluja”. Bij het laatste woord volgde hij de bewegingen van zijn lippen in de kleine spiegel terwijl hij deze weer naast de deur ophing. Na zijn ondergoed te hebben aangetrokken stapte hij in bed en sliep spoedig in.
De stroom richtingloze observaties en overpeinzingen van Frits in De Avonden riep meteen heftige reacties op:
Het is als een nachtmerrie, zo beklemmend van ontgoocheling en cynisme.
Een somber en grauw boek dat wij niet kunnen aanbevelen omdat er naast platte uitdrukkingen geen enkel positief gegeven in verwerkt is.
Inmiddels is De Avonden één van de meest gelezen romans uit de Nederlandse literatuur. Waar het boek werd gevreesd om zijn uitzichtloosheid wordt het inmiddels gewaardeerd om zijn onnavolgbaar geestige en haarscherpe observaties. Dat het publiek vanaf 1960 Gerard Reve leerde kennen als een onderhoudende TV-persoonlijkheid gaf ook het boek vleugels. Sindsdien werd het van jaar op jaar herdrukt.
Vindt u uzelf een groot schrijver?
Je kunt zeggen dat ik in Noord- en Zuid-Holland en Utrecht wereldberoemd ben. En dat ik genoemd wordt in Nederland, in Nederland een vooraanstaande schrijver, maar wat betekent dat? Iedereen die een pen durft vast te houden noemt zich in dit land schrijver.
Opvallend aan De Avonden is dat de pas voorbije oorlog er nauwelijks een rol in speelt, hoogstens in de details aanwezig is. Er heerst schaarste en ’s avonds is er nauwelijks vertier.
“Als ik ‘dit’ zeg”, dacht Frits, “gebeurt er misschien niets bijzonders”. “Ik zeg niets, kijken hoe het gaat”. In de stilte hoorde hij de klok tikken. De breipennen van zijn moeder ratelden.