1945. Europa was verwoest, steden lagen in puin. De allesvernietigende tweede wereldoorlog, was eindelijk voorbij."Dit mag nooit meer gebeuren", vonden veel Europeanen.
De erfvijanden, Frankrijk en Duitsland namen hiervoor de eerste initiatieven. Dit waren de twee landen die drie maal op rij als vijanden in een oorlog tegen over elkaar hadden gestaan.
Toen Frankrijk en Duitsland samen wilden gaan werken, voelden andere landen het als hun plicht om zich daarbij aan te sluiten. Ook Nederland wilde wel meedoen aan het nieuwe samenwerkingsverband.
Om te beginnen maakte de samenwerkende landen economische afspraken. Er werd een douane-unie opgericht. Invoerbeperkingen tussen de landen werden afgeschaft. Er kon makkelijker en goedkoper worden gehandeld. De welvaart begon te stijgen in de samenwerkende landen. Meer landen sloten zich aan.
Het economische samenwerkingsverband groeide uit tot een hechte Europese economische gemeenschap. De burgers van de Europese gemeenschap kregen meer inspraak. Een Europees parlement werd opgericht en Europese verkiezingen werden georganiseerd.
In 1992 werd in het verdrag van Maastricht de Europese Gemeenschap omgedoopt tot de Europese Unie. De Europese samenwerking was niet langer een verzameling van economische verdragen. Maar ook op het gebied van buitenlandse politiek, justitie en veiligheid ging men samenwerken.