'Hun hebben me broer gekusd', drie fouten in 1 zin... Nou ja, fout? Nu nog wel, maar taal verandert altijd en dus kan het zo zijn dat stukjes van deze zin over een aantal jaar gewoon goed is. Maar NU nog niet, ik zal kort uitleggen hoe je deze zin verbetert, want ik erger me daar dood aan, of stoort het me? (Ook zoiets)
Als we de zin ontleden zien we dat hebben de pv is, gekusd het voltooid deelwoord, hun het onderwerp en me broer het lijdend voorwerp. Onthoud dat hun als onderwerp niet, nooit, never bestaat! Het komt nooit voor! Hun gebruik je alleen bij een bezit, dus als je iets hebt: bijvoorbeeld.. Hun doedelzak. Je bezit de doedelzak. Wat moet het dan wel zijn... Elke keer als je hun hebben wil zeggen, maak je er gewoon zij of ze hebben van. Dan is er niks aan de hand.
Dan 'me broer'... Als je het over een schaap hebt, gebruik dan mheeee. Maar niet in deze zin. Me broer drukt opnieuw een bezit uit, namelijk: de broer is van mij. En als iets in je bezit is gebruik je altijd mijn ipv me. Je zegt toch ook geen kolenme, maar kolenmijn? Een trucje: als ik iets bezit, dan kan ik naar mezelf wijzen (met lange ij) omdat het van mij (met lange ij) is. Bijvoorbeeld: deze triangel is van mij (wijs naar jezelf), en dus is het ook mijn triangel, en niet me triangel. In de zin moet het dus mijn broer zijn ipv me broer.
Tot slot, gekusd met een d is fout. En fout kussen, dat wil je niet. Dus let op! Hoe zit het ook alweer? Is het: ik kusde of ik kuste? Als het met een t is, schrijf je het voltooid deelwoord gekust ook met een t, en datzelfde geldt voor de d. Maar wat als je het niet hoort? Gebruik dan 't sexy fokschaap (heb je hem weer)... Haal van het hele werkwoord -en vanaf, dus bij kussen hou je kuss over. Zit de laatste letter in 't sexy fokschaap, dan schrijf je voltooid deelwoord het met een T (zonder suiker graag).
De goede zin had dus moeten zijn: Zij hebben mijn broer gekust! Je kunt veel zeggen van deze zin, maar die broer, die heeft het toch goed voor elkaar!