Hee, Lize. Jij bent de expert als het gaat om de lichaamswarmte van dieren. Zoogdieren zijn dus warmbloedige dieren. En die hebben zweetkliertjes. Daar ga je dus van zweten. Dat zie je bij jou. Ik ben een warme jongen. Zo! Niet alle dieren hebben voldoende aan die zweetkliertjes. Zo zien we hier de hyena's. Als zij het warm hebben, doen ze hun mond open. En dan gaan ze echt hijgen om op die manier warmte te verliezen. Net als honden! Ja! We zijn hier bij de olifanten. Olifanten hebben hele handige maniertjes om af te koelen. Onze olifanten hier in Amersfoort houden er erg van om zichzelf nat te spuiten met water. Maar ze hebben ook nog een andere handige manier om af te koelen. Olifanten hebben hele grote oren. Daar lopen bloedvaten doorheen. En als ze met die oren flink gaan wapperen, koelen ze dus hun bloed af en worden ze dus lekker koel. Slim! Dit poolvosje heeft juist hele kleine oortjes. Hij verliest dus bijna geen warmte. Maar de fennek, het kleinste vosje wat er bestaat. Ja. Die is superschattig! De fennek heeft in verhouding megagrote oren. Zo verliest hij veel warmte. Maar dat is handig, want fenneks wonen in Afrika, in de woestijn. Daar kan het wel 50 graden worden, dus dan is een beetje verkoeling wel handig. Zij zijn heel veel oor en een klein beetje vos. Ja. Jij had dus ook gewoon grotere oren moeten hebben. Dank je. Hee. De stokstaartjes! Stokstaartjes hebben een zwarte cirkel om hun ogen. Het zwart absorbeert het licht zodat zij geen last hebben van de zon in hun ogen. Dat hebben soldaten ook, die zwarte strepen. Ik dacht dat dat was omdat het stoer is. Die strepen zetten en… Supercool. Maar dat hebben ze dus gejat van de stokstaartjes. Dat klopt. Naast warmbloedige dieren hebben we natuurlijk ook nog...De koudbloedige dieren. Koudbloedige dieren zijn net zo warm of koud als hun omgeving. Dat betekent dat ze slimme manieren moeten verzinnen om een goede lichaamstemperatuur te krijgen. Koudbloedige dieren zijn bijvoorbeeld insecten, reptielen, vissen, amfibieën. Deze dieren hebben dus geen kacheltje om zichzelf op te warmen. De krokodil is daar een heel goed voorbeeld van. Die ligt dus vaak in de zon of op een warme steen zodat hij toch warm wordt.