Maastricht is eeuwenlang de plek die met een brug de handelsroute tussen Keulen, België en de Atlantische kust verbindt. Deze Romeinse weg, de Via Belgica, heeft Maastricht gevormd. Aan de westoever van de Maas, waar nu het Vrijthof ligt, is dan al een kleine nederzetting. De Romeinen bouwen dit verder uit tot een stad met een stevige muur eromheen. Aan de overkant ligt de kleine wijk Wiek. Ook hier ligt een vestingwal omheen om de brug en daarmee de handelsstroom te beschermen. Zo blijft het eeuwenlang bestaan. Maar de komst van het spoor in de 19e eeuw verandert de hele stad.
Drie houten treinstations. Voor iedere spoorlijn één. En allemaal buiten de vesting. Reizigers moeten door de modder lopen om in de stad te komen. Niet bepaald een teken van de moderne tijd. Daarom wordt besloten om één groot treinstation aan de oostoever van de Maas te bouwen. Oude kronkelstraatjes worden gesloopt en moeten plaats maken voor een chique Allee. Een directe lijn tussen het station en de oude binnenstad.
Een plek waar je gezien wilt worden, chique en elegant. Het station wordt de nieuwe stadspoort van Maastricht. De stroom reizigers wordt ontvangen door luxe winkels en deftige hotels van Parijse allure. Ook de rijke Maastrichtenaren die in de oude binnenstad wonen, trekken massaal naar de nieuwe wijk. En de reizigers die Maastricht bezoeken, steken de brug haast niet meer over. De oude binnenstad verloedert. Een plek waar je niet gezien wilt worden. Tegenwoordig is het oude stadscentrum weer gerestaureerd, maar aan de overkant is de stad gaan groeien. De komst van het station met de chique toegangspoort heeft Maastricht doen kantelen van de linkeroever naar de rechteroever van de Maas. De stad is altijd in beweging en moet zich voortdurend aanpassen aan nieuwe behoeftes.