1672: het rampjaar. De Lage Landen worden van verschillende kanten aangevallen. In het oosten van het land door Frankrijk en zijn bondgenoten uit Münster en Keulen. En op zee door de Engelse vloot. De gouden eeuw heeft een abrupt einde. Amsterdam raakt zijn positie als belangrijkste handelsstad kwijt aan Londen. Engeland en Frankrijk worden steeds machtiger en beperken de vrijhandel waardoor de ontwikkeling van de Hollandse steden stopt. Maar Amsterdam is net bezig met grootse uitbreidingsplannen. Dit gedeelte aan de zuidoostkant van de stad wordt bouwklaar gemaakt, maar ligt lange tijd braak. Den Haag is de enige stad die de dans ontspringt. Het is het bestuurlijk centrum van het land, maar wordt ook steeds meer een centrum van internationale politiek. Leiden daarentegen heeft het moeilijk. Ze verliezen in deze periode de helft van hun inwoners. Door de leegloop van de steden neemt de bevolking op het platteland toe. In meerdere steden zoals Groningen en Haarlem, kun je aan de bouwstijl van de panden zien dat er pas in de negentiende eeuw weer meer gebouwd gaat worden en de bouwplaatsen pas na 150 jaar leegstand worden ingevuld. Ook dit gebied in Amsterdam ligt jarenlang braak. Het stadsbestuur besluit om er een park van te maken, de plantage. Uiteindelijk wordt dit deel gekocht door Genootschap Natura Artis Magistra. Die er in 1838 dierenpark Artis opent. Speciaal hiervoor wordt de Nieuwe Prinsengracht, die was aangelegd als uitbreiding van de stad, gedempt. Gedeeltelijk althans, want het andere gedeelte zijn nu vijvers in het park.