Bij bladluizen komt maagdelijke geboorte voor. Bevruchting is dan niet nodig. Mannetjes spelen hierbij geen rol.
De vleugelloze vrouwtjes krijgen aan de lopende band jongen. Dat zijn allemaal vrouwtjes, die zelf ook weer jongen krijgen. In het najaar worden er wel vrouwtjes met vleugels geboren. Deze gevleugelde vrouwtjes vliegen naar een appelboomgaard.
Daar gebeurt dit:
Er worden nu vrouwtjes maar ook mannetjes geboren. De vrouwtjes zijn groot en hebben geen vleugels. De mannetjes zijn klein en hebben wel vleugels. Mannetjes zoeken een vrouwtje om te paren. Na de paring legt het vrouwtje grote, donkere eieren. Deze eieren overwinteren en komen pas in het voorjaar uit. Ze kunnen zelfs strenge vorst verdragen.
Bladluizen uit die grote eieren zijn allemaal vrouwtjes met vleugels. Ze leven eerst van het sap van de blaadjes. Al gauw vliegen ze weg, om jongen te krijgen. Hier krijgt een gevleugelde moederluis een jong. Dat jong heeft geen vleugels. Het heeft ze ook niet nodig omdat er voedsel genoeg is.
En hiermee ben je weer terug bij de vleugelloze bladluizen, die de hele zomer door aan de lopende band jongen krijgen.