Je geraamte moet stevig zijn, de botten moeten tegen een stootje kunnen. Een bot bestaat uit been. Been bestaat uit kalk en lijmstof. Kalk ken je wel, schoolkrijt is ook van kalk. Een pijpje krijt is heel sterk, maar als je het wilt buigen, breekt het. Lijmstof is net gum. Het is gemakkelijk in elkaar te drukken, maar veert daarna weer terug. Stevig is die lijmstof dus helemaal niet, maar wel erg soepel.
Door die twee stoffen is een rib erg sterk. Kalk lost op in zuur, bijvoorbeeld zoutzuur. De kalk is eruit, alleen de kalkstof is nog over. De rib wordt in zoutzuur een buigzaam staafje. Er is ook iets waar lijmstof in oplost, loog noem je die stof. Als je de rib daarin een tijdje kookt, gaat alleen de lijmstof er uit. Je houdt dan een breekbaar kalkstaafje over.