Hoor dit fragmentje.
Luister goed.
De perfecte noot, loepzuiver gezongen en vooral: niet gecorrigeerd met autotune.
Vooral dat laatste maakt die perfect pitch van Freddie bijzonder, want tegenwoordig gebruikt zo'n beetje elke popster autotune, al is het heel subtiel. En ja, waarschijnlijk ook jouw favoriete artiest.
Sinds oudgediende Cher er in 1998 voor het eerst helemaal op losging.
Oké, Cher draaide de knop helemaal open en klonk doelbewust als een robot. Juist voor dat specifieke geluidseffect. Net als Yé, of zo ongeveer elke Nederlandse R&B-plaat.
Een leuke truc, maar autotune was in 1997 door bedenker Andy Hildebrand oorspronkelijk bedoeld om juist heel subtiel elke plooi glad te strijken. En daar maken artiesten, ook degenen die van zichzelf al heel goed kunnen zingen, dankbaar gebruik van.
Wat Photoshop is voor de fotografie, is autotune voor de muziek. Elk oneffenheidje wegpoetsen. Het werkt zo: autotune duwt als het ware de toonhoogte van je stem naar de dichtstbijzijnde noot, zoals je vingertoppen zich laten leiden door de frets van een gitaar, die metalen strips op de hals.
Een stem zonder autotune is meer te vergelijken met een viool waarbij je al glijdend op eigen kracht die perfecte noot moet zien te raken.
En precies dat zat bij Freddie Mercury wel snor. Hij had een bereik van een f2 tot een f6, dus van heel laag tot heel hoog.
Op een notenbalk ziet dat bereik er zo uit. Indrukwekkend op zichzelf. Maar hij wist er ook echt raad mee. Volgens operazangeres Montserrat Caballé, met wie hij Barcelona zong, was zijn frasering, zeg maar het articuleren van klanken, subtiel, fijngevoelig en lieflijk, of juist krachtig en robuust. Hij was in staat elk woord de juiste kleur of nuance te geven.
En hij wisselde moeiteloos van muziekstijl: van hardrock tot ballad, funk, opera, rockabilly en harmonieuze samenzang.
Want ook al zie je in de clip alle vier de bandleden zingen, de intro van Bohemian Rhapsody is één en al Freddie.
Genoeg redenen voor een groep onderzoekers in 2016 om de stem van Freddie Mercury eens tegen een wetenschappelijke meetlat aan te leggen. Ze ontdekten onder meer dat hij een unieke vibrato had, het periodiek variëren van de toonhoogte.
De vibrato wordt uitgedrukt in trillingen per seconde, Hertz. Bij een normale zangstem beweegt een vibrato tussen de frequenties van 5,4 Hertz en 6,9 Hertz. Freddie- haalde 7,04 Hertz en zijn vibrato was veel onregelmatiger dan gebruikelijk.
Dat gaf Freddie, in de woorden van de onderzoekers, zijn unieke vocale vingerafdruk. Ook keken ze naar zijn grit, de rauwe rand die hij aan zijn stem kon toevoegen. Door het strottenhoofd van een imitatiezanger te filmen, ontdekten ze dat Freddie niet alleen zong met zijn stembanden, maar ook met zijn, wat zo heet, valse stembanden. Hoe ironisch. Hoogst ongebruikelijk, behalve voor keelzangers uit Mongolië. Met zo'n stem als Freddie heb je dus geen autotune nodig.
Maar hebben de grote vocalisten van vandaag de dag dat dan wel?
Er wordt gezegd: iedereen doet het. Maar het wordt ook regelmatig ontkend. Er heerst vaak namelijk een taboe op autotune, tenzij het een gekozen stijlmiddel is zoals bij T-Pain, gewoon een goede zanger. Maar critici zien autotune een beetje als valsspelen door mensen die eigenlijk niet goed genoeg kunnen zingen. En eerlijk is eerlijk, soms is dat ook zo.
Wat vind jij, is autotune een zwaktebod of juist een verrijking voor de muziek? Er is in ieder geval een oplossing om erachter te komen of iemand echt zuiver kan zingen of dat er aan is gesleuteld. In één woord: live.