In een bos vormt een dikke laag bladeren de strooisellaag. In die laag lijkt het wel een wildpark met allemaal kleine beestjes, die maken dat ze wegkomen als je een blad optilt. Kleine slakjes hebben weinig haast. Bij gevaar kunnen ze zich altijd in hun huisje verschuilen. Als je ze stoort, brengen mieren hun jongen in veiligheid Ze helpen elkaar bij het wegslepen van de poppen.
Een duizendpoot jaagt op andere bodemdiertjes. De naam klopt niet, want hij heeft lang geen duizend poten. Deze duizendpoot loopt tussen een groepje miljoenpoten.
Pissebedden horen tot de meest bekende bodemdiertjes. Ze eten rottende planten. Soms vind je een partij kleurige bolletjes onder een dood blad.
Het zijn eitjes van een bodemmijt. De mijtenlarven komen hier net tevoorschijn. Mijten zijn familie van spinnen en hebben net als spinnen acht poten. De jonge mijten vallen deze grote bladluis lastig. Ze gaat er dan ook snel vandoor. Volwassen mijten zijn felle roofdieren. Ze zijn doorlopend op jacht naar prooidiertjes. Geen enkel diertje is veilig voor deze kleine, felle rovertjes. Zelfs de eigen soortgenoten worden soms het slachtoffer. De buit wordt helemaal leeggezogen. Sommige mijten jagen niet maar leven als parasiet op een veel groter dier, in dit geval kever. Wat de kever ook doet, de mijten blijven zitten waar ze zijn.
En dit, is dit een ruimtemonster? Nee, het is een heel sterk vergrote springstaart. Dit springstaartmannetje heeft net zijn witte spermapakketjes afgezet. Een springstaartvrouwtje hoeft zo'n pakketje alleen maar in haar lichaam op te nemen. Daarbij heeft ze de man niet nodig, Ze pakt hem bij de voelsprieten en duwt hem een flink eind weg. Springstaarten kennen een verdwijntruc. Ze zijn ineens weg als ze een onverwachte sprong maken. Zo zijn ze een duizendpoot te snel af.
Met een microscoop zie je pas goed wat er allemaal in de strooisellaag leeft.
Zulke beerdiertjes bijvoorbeeld
Dit is een springstaart, die niet kan springen. Hij heeft geen ogen. Toch weet hij zijn weg te vinden en vijanden te vermijden.
Een regenworm is groter dan de meeste andere bodemdiertjes. Regenwormen leven van rottende planten, die ze met aarde en al opeten.
De aarde komt aan de achterkant van de worm in slierten weer tevoorschijn.