Wat hebben Boeddha, een tosti en een Hyundai te maken
met een sonate?
Het is weer zo ver hoor:
een aardbei, een appel, een kussen, zonwering
en een ballerinaboompje.
Allemaal heten ze sonate. Maar wij hebben
het over andere koek:
Muziekkoek.
In de muziek is de sonate zowel een muziekstuk
als een muziekvorm.
Het woord komt van
het Latijnse ‘sonare’, wat klinken betekent.
Zie het als een soort contrast
met ‘cantare’: zingen.
Sonate, cantate.
Ja, natuurlijk is zingen fijn, maar vanaf de 16e
eeuw werd instrumentale muziek
steeds belangrijker.
Die bleek net zo interessant en virtuoos te kunnen
musiceren op een instrument anders dan je stem.
En het klonk zo fijn
terwijl je copieus aan het dineren was.
Beetje muziek op de achtergrond.
Voilà: de sonate als muziekstuk.
Een instrumentaal stuk met vaak
een vaste opbouw die bestaat uit meerdere delen.
Een compacte sonate wordt ook
wel sonatina of sonatine genoemd.
Die sonatezaak ontstond in het
17e eeuwse Italië.
Aanvankelijk als een doorlopende medley van korte mopjes
daarna als muziekstuk uit
meerdere op zichzelf staande, langere delen.
In de barok ontstonden er verschillende smaakjes
naast elkaar.
De sonate da camera,
de kamersonate, was gericht op dansvermaak.
De Sonata da Chiesa, de kerksonate, was vromer van aard.
Dan had je nog de triosonate voor twee
melodie-instrumenten plus basso continuo.
En als je niemand had
die mee wilde doen, nou, dan kon je
ook doe-het-zelven met bijvoorbeeld
Bach, die sonates voor viool solo schreef.
De sonate werd gecomponeerd voor een instrument,
een instrument met pianobegeleiding of
twee instrumenten met begeleiding.
Maar YOLO solo werd het credo in
de klassieke periode.
De sonate als solostuk met een vaste vorm
die ergens wel op de symfonie leek.
Met name
de pianosonates van Mozart - Alla Turca - Haydn en
Beethoven - Mondschein - waren populair.
In de romantiek was de zaak inmiddels vierdelig
en bij sonateschrijvers als Chopin, Brahms
en Schumann zie je dan de indeling: Snel -
langzaam - scherzo of menuet en finale, weer snel.
Als je Muziek in een Notendop aflevering 2
hebt gezien, herken je deze indeling.
Zo niet, dan geef ik je nu even de gelegenheid
om die overigens geweldige aflevering even
te bekijken.
Welkom terug!
En trouwens, die afwisseling van
tempo’s: snel, langzaam, snel is van
oudsher niet het enige contrast.
Nee, men wist al snel dat de mens een gevoelig
wezen was
en dat ‘s mensen gevoel
vatbaar was voor muzikale contrasten.
Men streefde dan ook
naar gevoelsverschillen tussen die sonatedelen.
Google maar eens op ‘affectenleer’.
Kortgezegd gaat het om een koppeling van
muzikale middelen aan menselijke emoties.
Verdriet bijvoorbeeld verklank
je langzaam, vreugde, snel.
De Stichting Sonate erkent dat het je
flink tegen kan zitten in het leven.
Hun oogmerk: “Zorgen
dat het je voor de wind gaat”.
Dan adviseer ik de Sturm-sonate van
Beethoven, al draait die stichting
niet om muziek, maar om
Boeddha en ‘s mans gedachtegoed.
Enfin, we gaan van de sonate als muziekstuk
naar de sonate, als muziekvórm.
Een deel van een muziekstuk kan dan
geschreven zijn in die sonatevorm.
Grofweg A-B-A’. Dat accent
bij die tweede A duidt een klein verschil aan.
Je begint en eindigt dus met vergelijkbare
klanken, met een contrasterend deel in het midden.
Een muzikale tosti dus, met de kaas in het midden.
Die kaas geeft smaak aan die tosti.
En dat werkt muzikaal net zo.
Het A-deel bevat de expositie: de componist
hij/zei/hen, heeft een leuk idee en dropt
dat dan in onze oren.
Dat idee wordt in de B-deel prettig uitgewoond
en soms voorzien van totaal nieuwe invallen.
Dit deel heet de doorwerking.
Maar op een gegeven moment wil je weer naar huis,
naar die andere boterham van de tosti.
Dus wordt op B weer A: de Reprise
waarin de leuke ideeën uit het begin vaak in
een compactere vorm weer terugkomen.
Nou, deze vorm vind je bij Scarlatti, die ruim 500
sonates schreef en later ook bij Haydn en Mozart.
Waarbij A-B-A werd verfijnd tot A1-A2-B-A1’-A2’
en in Zweden zelfs tot A-B-B-A.
Beethoven kreeg het heet boven van
een te strikte indeling en mocht af en toe
prettig afwijken.
En hoe ouder hij werd, hoe minder oren
hij had naar de sonateschema's.
Best verfrissend eigenlijk om een sonate te
eindigen met een fuga, zoals hij in opus 110 doet.
De Weense muziekpolitie kwam ‘m nog net niet
arresteren in een Hyundai Sonata.
Ook Chopin, Liszt
en Brahms weken af met vijfdelige sonates,
langere sonates en sonates met delen
die in elkaar overliepen.
En natuurlijk heb je d’r ook bij die zo nodig
moeten overdrijven.
Charles Ives kwam met zijn Concord Sonata, z'n
tweede pianosonate
met een speelduur van 45 minuten tot een uur!
Afhankelijk van
het cafeïnegehalte in het bloed van een pianist.
Maar dat is dus zo'n grote sonate,
zo groot, je kan er bijna in wonen.
Dat kan ook letterlijk hoor, in Den Haag.
“Je voelt het ritme van de stad
in de Sonate City Apartments.
Hier omarm
je de urban lifestyle”.
Aldus de Haagse makelaar.
Nou, leer mij het Haagse verkeer kennen.
Da's meer Beethoven Opus 101 deel 3:
Langsam und Sehnsuchtsvol.
Smachten naar groen licht.
En dat die tram nou eindelijk eens doorrijdt.
Want we willen wel voor Mondschein thuis zijn.