Alles wat leeft gaat uiteindelijk dood. Soms lijkt iets dood, maar is dat ook zo? Droog, extreem warm of juist heel koud. In iedere biotoop vindt je planten die zich juist daar thuis voelen.
Dit is de Roos van Jericho, het is een hele bijzondere plant, omdat het een woestijnvaren is die 50 jaar zonder water kan. En wat hij dan doet als het droog is, dan krult hij zich helemaal op, maar als het dan even gaat regenen, dan nemen zijn bladeren en zijn hele korte worteltjes, die nemen even snel wat water op en wat er dan gebeurt is dat ie zich helemaal uitvouwt als een bloem. En dan wordt de plant weer groen, dan krijgt ie bladgroenkorrels en zo blijft ie dus heel mooi groeien totdat het weer droog wordt, krult ie zichzelf weer terug en dan kan ie eventueel nog 50 jaar in rust blijven!
Als wij het koud hebben krijgen we kippenvel en trekken we dikke kleding aan. Als het heet is, passen we onze kleding aan en zweten we. Ook planten hebben allerlei aanpassingen zodat ze kunnen overleven in de omgeving waar ze voorkomen. Net als de Roos van Jericho. En het is zelfs zo, dat als het heel hard waait, zou hij eventueel met de wind meegenomen kunnen worden om naar een betere plek geblazen te worden. En dan kan hij dus weer verder gaan met groeien.
Nou, bijna het tegenovergestelde van de Roos van Jericho is deze plant: dit is een pentas, hij komt uit Indonesië en dit is een vleesetende plant en waarom is hij vleesetend? Want hij heeft voldoende water, waar hij leeft is het altijd nat, maar er zitten bijna geen voedingsstoffen in de grond. Dus om toch te kunnen overleven vangt hij kleine, in dit geval kleine insectjes in zijn bekers, die verdrinken in een laagje met een soort speeksel, met enzymen, en die voedingsstoffen worden dan opgenomen en in het systeem van de plant gebracht waardoor hij kan gaan groeien. En zo kan dit plantje in tegenstelling tot heel veel andere planten groeien op plekken die eigenlijk veel te arm zijn aan voedingsstoffen.
Waar planten ook leven, ze hebben water, licht, koolstofdioxide en voedingszouten nodig om te groeien, bloeien en gezond te blijven.
Hier hebben we een doorsnee vaatplant, een gewone zaadplant. Deze plant heeft behoorlijk grote wortels die redelijk diep reiken. En dit is ook een plant die eigenlijk altijd lekker in een vochtige ruimte staat, heeft ook zachte bladeren met heel veel huidmondjes en op het moment dat deze de huidmondjes openstaan en er water verdampt, ontstaat er een soort onderdruk in de plant en wil hij dus eigenlijk opnieuw water aantrekken. En dat trekt hij aan met zijn wortels en zo ontstaat er eigenlijk een stroming waarin het water,de voedingszouten en de voedingsstoffen eigenlijk door de plant heen worden getrokken en kan de plant dus gaan groeien.
Onder de microscoop zie je dat de huidmondjes openstaan. Het teveel aan vocht kan zo makkelijk verdampen en de sapstroom blijft op gang. Als er weinig water is sluiten de huidmondjes.
We zijn hier in een tropische kas en alles wat je om je heen ziet is eigenlijk nep, het is een grote glazen huis en om dit klimaat zo te krijgen is het een bouwwerk van dubbel glas om de warmte natuurlijk goed binnen te houden. Je ziet in het plafond allemaal verwarmingsbuizen lopen om de boel goed op te stoken als het ’s winters koud is. Maar ’s zomers met de zonintensiteit wordt het hier zó warm dat je het juist weer een beetje koel wil houden, dus dan gaan de ramen automatisch open en als de lucht toch te droog wordt, dan gaat er een vernevelingsysteem aan om het te laten regenen en zo hebben we eigenlijk een heel computergestuurd systeem om het oerwoud zo echt mogelijk te maken. En alle planten die hier staan, die komen ook uit het tropisch regenwoud en die houden dus ook continu van heel veel water. Ze hebben grote bladeren, vaak ook heel veel huidmondjes zodat ze goed kunnen doorgroeien, veel kunnen ademhalen en dat kan ook, want er ontstaat hier nooit een droge tijd.
In een regenwoud is het een soort race wie er als eerste boven is, om zoveel mogelijk licht op te vangen. En sommige planten, die hebben een soort, korte route gevonden en dat zijn de epifyten, en wat epifyten doen: “epifyt” betekent ook “leeft op een boom”, dat zijn eigenlijk planten die op de takken en stammen van een andere boom of van een echte boom leven en zo dus gelijk al in het licht komen, daar worden ze geboren en daar blijven ze hun hele leven zitten en dat is dus voor een plant qua licht een hele gunstige plek, maar het nadeel is, dat een plant niet altijd bij water kan, want hij zit op de tak van een boom. Dus vandaar dat epifyten een andere methode hebben ontwikkeld, net als cactussen eigenlijk, om heel zuinig te zijn met water.
Hier hebben we een hele bijzondere epifyt: deze plant staat nu in een mandje, maar in het wild groeit hij heel erg hoog in een boom. En die heeft dikke bladeren en dikke knollen om water vast te houden, maar hij heeft nog iets anders heel bijzonders en dat zie je als je ‘m doorsnijdt: als je namelijk een stukje van de knol afsnijdt, dan zie je dat daarin allemaal kamertjes zitten en in die kamertjes wonen mieren. De mieren die in deze plant wonen halen overal in het bos besjes en rupsje en beestjes vandaan die ze naar het nest toe brengen en dat levert voor de plant voedingsstoffen op. Maar ook beschermen ze de plant, want op het moment dat er een planteneter aan deze plant begint te knabbelen of er een klimplant in deze plant wil gaan groeien, dan komen die mieren eraan en die beschermen de plant.
Hier hebben we het blad, de bovenkant is natuurlijk: daar zitten eigenlijk helemaal geen huidmondjes op, want dan wil de plant niet verdampen omdat als ie de huidmondjes opendoet, wordt het vocht er veel te snel uit getrokken. En als we het blad dan aan de onderkant bekijken, dan zie je al die lichte puntjes en dat zijn dus de huidmondjes.
Nog meer vergroot kun je de huidmondjes en de openingen goed zien. Deze epifyt moet zuinig met water omgaan. Om weinig vocht te verliezen liggen de huidmondjes diep verzonken in het weefsel.
Verdamping van vocht vindt vooral plaats via de huidmondjes in stengels en bladeren. De huidmondjes kunnen worden geopend of gesloten. Het openen en sluiten van de huidmondjes gebeurt door vormverandering van de sluitcellen. Als een sluitcel water opneemt, zwelt deze op. Hierdoor ontstaat druk van binnenuit de cel op de celwand. Deze druk noemen we “turgor”. Als de turgor van de sluitcellen afneemt, wordt de opening kleiner. Het huidmondje gaat dicht, er kan geen water verdampen. Als de turgor van de sluitcellen toeneemt, gaat het huidmondje weer open.
In een woestijn is het belangrijk om het vocht zoveel mogelijk vast te houden. Een cactus en een vetplant hebben dikke stengels of bladeren. Ze zijn goed aangepast aan het leven in een warm en droog klimaat.
Hier hebben we een mooie cactus en dit is een vetplant uit Madagaskar en deze planten, die houden het kleine beetje water dat ze zo nu en dan krijgen goed vast in hun opgezwollen stengel. En dat is de reden dat ze zo goed kunnen overleven in de woestijn, maar ook hun wortels zijn anders: als ze een penwortel hebben, is het eigenlijk alleen maar om vast te houden, maar om water op te nemen zitten de meeste wortels helemaal aan de bovenkant en dat komt als het regent in de woestijn, regent het niet zo heel veel, dus die paar druppels die vallen moeten dan zo snel mogelijk worden opgezogen.
In de woestijn en tropen is het warm, maar pas echt heet is het in Californië, daar komen vaak bosbranden voor. Het is geen uitzondering dat duizenden hectares natuurgebied in vlammen opgaan.
Voor de Redwood is brand juist belangrijk, anders kan hij zich niet voortplanten. Hij heeft een bijzondere brandwerend schors waardoor de binnenkant, de harde stam, intact blijft bij bosbrand. Daarnaast zorgt een bosbrand voor grote open plekken in het bos. En dat betekent meer licht voor de dennenappels oftewel kegels die dan op de grond vallen. De grond is na de brand vruchtbaar door de as.
In een rookoven wordt een bosbrand nagebootst. Er worden dichte kegels ingelegd. Al binnen een uur reageren de kegels op de rook en hitte.
Ik ga er voorzichtig eentje uithalen met een tang. De schubben zijn alweer een beetje opengegaan. Even kijken of de zaadjes eruit vallen. Zoals je ziet zijn de zaadjes er mooi uitgekomen, dus die kunnen nu ontkiemen in een open bos.