In 1758 is Casanova in Nederland. Hij leert er de veertienjarige Esther kennen. Wat blijkt? Hij mag haar van haar vader gewoon meenemen naar een concert! In een koets! Esther vindt dat heel normaal:"Ik weet dat men nergens anders een jong meisje alleen met een man laat uitgaan, maar hier wordt ons geleerd op onszelf te passen." In de tweede helft van de eeuw wordt het vertrouwen in de zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van kinderen steeds groter. Voor het eerst verschijnen er boekjes voor hele jonge kinderen. Die worden eindelijk in hun eigen taal en op hun eigen niveau aangesproken! Een echte bestseller wordt Proeve van kleine Gedigten voor Kinderen, geschreven door Hiëronymus van Alphen, advocaat, weduwnaar en vader van drie zoontjes. In eenvoudige taal maken de kinderen kennis met verlichte ideeën. Werden Spinoza en Bekker een kleine eeuw eerder nog veroordeeld toen ze beweerden dat de duivel niet bestond, in 1778 is deze gedachte volledig geaccepteerd! "Pietje, als je niet wilt deugen, Dan verschijnt de zwarte man. Klaasje foei, dat is een leugen! Laat hem komen, als hij kan. Wie aan zulk een man gelooft,is van zijn verstand berooft.
Van Alphen maakt bovendien reclame voor alle nieuwe opvoedkundige idealen die John Locke eind zeventiende eeuw introduceerde. Dus niet slaan:" Dat algemene lompe en strenge middel om kinderen te slaan of te straffen met de roede...is het alleronbekwaamste om in de opvoeding gebruikt te worden."
Vaderlandsliefde is een van de belangrijkste deugden om te leren, ook voor kindjes: "Al ben ik maar een kind,
Toch wordt mijn vaderland door mij op ‘t hoogst bemind. Ook de minder aangename kanten van het leven komen aan bod, zoals de dood. "Mijn lieve kinders, schrik toch niet,Wanneer je dode mensen ziet; Zouden jullie voor lijken beven? Kom hier: deze bleke koude man, Die voelen, zien, noch horen kan."
Houdt nu niet op te leven. Achttiende-eeuwse kinderen worden voortdurend met de dood geconfronteerd. Otto van Eck schrijft op 13-jarige leeftijd in zijn dagboek: "Afgelopen dinsdag feliciteerde papa nicht Scholten nog, dat zij weer beter was en nu is zij helaas dood. Dit leert ons hoe gauw ’t met iemand gedaan kan zijn en hoe men in gezonde dagen nooit moet denken, dat men nog lang te leven heeft." (18 juli 1794)