Mali is een land dat deel uitmaakt van de Mandé, een regio in West-Afrika. Misschien kun je de Mandé wel een beetje vergelijken met de Balkan in Europa. Net als daar wonen in de Mandé verschillende volkeren met hun eigen taal en cultuur, maar ook met veel gemeenschappelijke dingen.
Dat komt in de eerste plaats omdat ze een geschiedenis delen. Deze verschillende volkeren wonen al eeuwenlang samen en eigenlijk doen ze dat best goed. De Bambara is de grootste bevolkingsgroep van de Mandé. Maar er wonen ook Peul, Bozo, Dogon, Sorray en nog vele andere. Elk volk heeft zijn eigen taal. En als je naar de markt gaat, dan hoor je ook heel wat talen voorbij komen: Bambara, Peul, Sorray. Het feit dat deze volkeren in vrede samenleven heeft te maken met het feit, dat de mensen elkaar begrijpen. Zo spreken de meeste mensen naast hun moedertaal ook Bámana, de taal van de grootste groep. En gek genoeg spreken veel Malinezen ook Frans. Frans is zelfs de officiële taal in Mali. Nou ja, zo gek is dat natuurlijk ook weer niet, want vanaf het einde van de negentiende eeuw tot 1960 was Mali een Franse Kolonie.
Taal in de Mandé verschilt sterk van taal bij ons. En dan heb ik het niet over de grammatica en de klank van de talen, dan heb ik het over taal zelf. Taal in de Mandé verschilt van taal bij ons omdat de Mandé een orale traditie heeft. Dat wil zeggen, dat de mensen hun verhalen, hun geschiedenis, niet opschrijven, maar aan elkaar doorvertellen. Dat is bij ons natuurlijk heel anders hè, want zonder bibliotheken en zonder boeken zouden er weinig verhalen overblijven. In de Mandé worden verhalen al duizenden jaren lang doorverteld. Nou ja, verteld, gezongen. En dat maakt dat taal gewoon iets anders is.
Dat vertellen en zingen gebeurt in Mali vooral door “grio's”. Tot op de dag van vandaag zijn grio's ongelooflijk populair. Ze zijn de eregasten op bruiloften, waar ze ter ere van families van de echtparen zingen. Grio's maken ook hele succesvolle CD’s en treden vaak op in het buitenland. Maar daarnaast zijn grio's ook de bewakers en bewaarders van de tradities en geschiedenis van de Mandé.
Een heel belangrijk dorp voor de grio's en dus ook voor de Mandé is Kelá. Hier wonen enkele zeer belangrijke grio-families. Ze noemen Kelá de bibliotheek van de Mandé, ook al is er geen boek te bekennen en worden boeken ook helemaal niet belangrijk gevonden; Kelá is de bibliotheek omdat daar de verhalen en wijsheid worden bewaard in het geheugen van de bewoners: de grio's. Grio kan je niet zomaar worden. Alleen als je in een grio-familie bent geboren. Je moet de verhalen leren van vader op zoon of moeder op dochter. Het is bijna een wonder, dat de verhalen van generatie op generatie verteld worden en nauwelijks veranderen. Dat de verhalen maar in een paar families blijven, maakt het natuurlijk wel wat gemakkelijker. Maar er zijn nog meer trucs die ervoor zorgen, dat er geen vreemde dingen in de verhalen kruipen waardoor de traditie en geschiedenis zouden veranderen.
Eén zo’n truc is muziek. Doordat de verhalen op muziek worden verteld of gezongen, veranderen ze nauwelijks, want anders klopt het ritme natuurlijk niet meer. De muziek is een soort bewaarmiddel.
De relatie tussen taal en muziek in een orale traditie is heel nauw. Niet alleen als bewaartechniek speelt muziek een grote rol, muziek wordt ook gebruikt bij het aanleren van taal. In plaats van een grammaticaboekje zijn het muziekspelletjes die in de klas worden gebruikt om taal te leren.
Die nauwe relatie tussen taal en muziek is niet alleen iets van traditie of de school. Ook het succes van de Malinese Rap laat zien dat men in de Mandé taal en muziek graag en goed met elkaar mixt.