Het gaat niet goed met kinderen in Jemen. Door de jarenlange oorlog in het land is er armoede en hongersnood. Uit een rapport van kinderrechtenorganisatie Unicef blijkt dat de helft van alle kinderen in Jemen bijna niets te eten heeft. Veel borden in Jemen zijn leeg. 17 miljoen mensen in het land hebben honger. Een enorm aantal. Het zijn net zoveel mensen als alle inwoners van Nederland bij elkaar. En vooral kinderen hebben het zwaar. Honderdduizenden zijn ondervoed, zegt Unicef. Dat betekent dat ze door voedseltekort achterblijven in hun groei en ontwikkeling en dat is heel erg ernstig. Via Giro 555 proberen hulporganisaties zoveel mogelijk geld op te halen. Jemen is het armste land in het Midden-Oosten. Al twee jaar is er oorlog. Groepen rebellen vechten tegen het leger van de regering. Daar zijn zeker al 10.000 mensen bij omgekomen. Ammar van zes vluchtte met zijn ouders naar een veiliger gebied. Ook Adel vluchtte, samen met zijn grote broer. Veel van zijn vrienden hebben het niet gered. Er is veel kapot in het land door de oorlog. En de hongersnood wordt alleen maar erger door de gevechten. Schepen met voedsel en drinken kunnen de kapotgebombardeerde haven niet in. Elke tien minuten sterft in het land een kind door honger of door ziekte. We weten dat alle hulp die we kunnen geven aan de kinderen in Jemen en in de andere landen die honger hebben, dat het helpt. Een zakje pindapasta kan een ondervoed kind redden van de dood en dat is heel belangrijk. De kinderen in Jemen dromen van vrede. Zodat ze kunnen spelen zonder zorgen, en met een volle maag.