Ik heb nu een mooie hut gemaakt waarin ik lekker kan slapen. De bivak is klaar maar om te overleven in de natuur heb je natuurlijk niet alleen maar een hut nodig. Vuur is minstens zo belangrijk. Dit stukje bos is een privé bos. Hier mag ik dingen doen die in een normaal bos absoluut niet mogen, vuurtje stoken bijvoorbeeld. Het eerste wat je nodig hebt is tondel. Zo heet dat. Het is materiaal wat je gebruikt om je vuurtje op te starten en het heeft maar heel weinig hitte nodig om vlam te vatten. Dit is de mercedes onder de tondel: berkenbast. Het mooie van berkenbast is dat er olie in de schorst zit. Het is een soort hars en het brandt hartstikke goed. Even schoonmaken, zo. Berkenbast erin. Is er geen berkenbast in de buurt dan kan je ook altijd droog gras gebruiken. Dat brandt ook als een raket. Vervolgens hebben we aanmaakhout nodig. Aanmaakhout is het hout dat door de tondel wordt aangestoken. Het laatste wat we nodig hebben is de brandstof. Het dode hout wat het vuurtje straks lekker lang doet branden. Dood hout zoals dit. Is het groen zoals hier dan weet je dat de boom leeft en laat je hem staan. Hier komt het vuurtje. Een beetje vlak maken en dan van een paar stokjes een plateautje. Ik schraap wat van de berkenbast af. Zo ontstaan er krulletjes. Dit is firesteal. Als ik hier met mijn zakmes overheen ga, dan komen er vonken vanaf. Hiermee kan ik de krullen van de berkenbast vlam laten vatten. Ja, dit brandt goed. Droog gras erboven. Niet erop want dan komt er geen zuurstof bij. Dat brandt hartstikke goed zeg. Dan die sparrentakken. Geef het een beetje lucht, dat is belangrijk - zuurstof. Dan is het een kwestie van brandstof geven. Daar zit ik dan, bij een heerlijk warm vuurtje. Het is hier bijna 25 graden. Lekker warm. Prima toch?