Deze vorm ken je wel, het is een zeshoek en heel veel zeshoeken passen netjes in elkaar. Net als in een honingraat. Een honingraat is door bijen gemaakt en iedere zeshoek is een kamer. En bij een honingraad zijn dat er duizenden. Toch wel bijzonder, dat bijen dit allemaal kunnen maken. Ze moeten precies weten hoe groot een kamer moet worden. Anders past het niet en dat doen ze zonder liniaal of andere hulpmiddelen. Om een honingraat te maken hebben de bijen, bijenwas nodig. Dat produceren ze zelf, met hun wasklieren. Met die was kunnen de bijen de kamers bouwen. Ze gebruiken hun bek om de vormen te maken en zo bouwen ze nog veel meer kamers. Als de kamer klaar is kunnen de jonge bijtjes er in opgroeien. De grootste kamer is voor de koninginnenbij. In sommige kamers wordt de honing opgeslagen. Als de bijen volgroeid zijn vliegen ze rond de honingraat en gaan ze op zoek naar de nectar voor de honing. Dat doen ze niet met hun ogen, maar daar gebruiken ze hun antennes voor. Zo kunnen ze heel precies de beste bloemen opsporen. Bijen werken altijd samen om de nectar te vinden. Eerst vliegen de werkbijen uit om de bloemen te zoeken. Als ze de bloemen hebben gevonden gaan ze terug naar de honingraat. Door een dansje te doen geven ze de informatie door aan de andere bijen.