Ah, dankjewel Ienie. Zal ik iets voor je tekenen?
Ja, een letter.
Welke letter? Nee dat ga je raden ja?
Uhhmm, een O?
Nee dit is de ...
De D.
Heel duidelijk, wat goed. Dat is mooi.
Dan doen we nu.
Mannetje D.
Mannetje D, en wat doet hij? Mannetje D? Hij staat op...
Op het dak.
Ja, op het dak.
De D van dak.
Ja ja, en hoe heet die man?
Uhhmm...
Dirk.
Dirk. Ook met de D.
De D van Dirk. en Dak. En nu ga ik doei!
dus.