Deze groene kikker houdt zijn omgeving goed in de gaten. Zo gauw er gevaar dreigt duikt hij onder en gaat er vandoor. Onder water wacht hij tot alles weer veilig is. Een kikker kan heel lang onder water blijven, omdat hij met de huid zuurstof uit het water op kan nemen. De voorpoten hebben geen zwemvliezen, de achterpoten wel.
Af en toe haalt hij boven water wat extra lucht. Als hij langzaam zwemt, bewegen de achterpoten niet tegelijk in dezelfde richting. Een kikker gebruikt bij langzaam zwemmen soms ook de voorpootjes. Een kikker komt sneller vooruit, als hij beide achterpoten tegelijk gebruikt. De voorpootjes zijn dan niet zo belangrijk. Een kikker drukt ze dan tegen het lichaam. Daardoor is hij goed gestroomlijnd.