We gaan terug in de tijd. Terug naar vroeger. Op dit tijdlint kun je zien hoe ver terug. Elk blok is vijfhonderd jaar en we gaan vijfduizend jaar terug in de tijd dat is dus tien blokken. Terug naar de tijd van de hunebedden. Wow, wat een enorme stenen dit. Dit heet een hunebed. In Drenthe heb je daar heel veel van. Hier werden vroeger mensen in begraven. Die stenen zijn echt loeizwaar. Het zal behoorlijk lastig zijn gewest om die bovenop elkaar te krijgen zeg. Heel lang geleden zijn deze stenen in het noorden van Nederland terechtgekomen. Vroeger in de ijstijd werd ons land bedekt door een dikke laag ijs. Dat ijs kwam via Noorwegen en Zweden, Nederland binnen. Het werd steeds kouder. Het ijs was soms wel tientallen meters dik en met dat ijs kwamen dit soort grote keien mee. Toen het klimaat later veranderde werd het steeds warmer. en het ijs smolt, maar de keien bleven achter. Duizenden jaren later werden deze keien gevonden door boeren en die gebruikten ze voor de bouw van hun hunebedden. Er bestaan heel oude verhalen over hunebedden. Die verhalen worden al honderden jaren aan elkaar doorverteld. Die verhalen die gaan over reuzen, want het moesten natuurlijk wel reuzen geweest zijn die zulke ontzettend grote stenen op elkaar konden zetten. Die reuzen werden Huinen genoemd. En als er iemand dood ging, dan waren ze verdrietig. Dat zijn wij ook als er iemand sterft. Ze wilden hun doden een goede plek geven. Dichtbij en veilig. Daarom bouwden ze een grote heuvel van grote stenen. En daarin begroeven ze dan hun doden en zo’n grafheuvel dat werd een hunebed genoemd. Het bouwen van een Hunebed was een heel karwei. Met boomstammen en touwen werden de loodzware keien gebracht naar de plek waar het Hunebed moest komen. Hunebedden werden bijna altijd op dezelfde manier gebouwd. Met een ingang naar het zuiden die werd gebruikt om de doden te kunnen bezoeken. Voor de afwerking werden de kleine keitjes tussen de grote keien gestopt en als die dan bijna af was werd die bedekt met aarde en ontstond er een dekheuvel. Van veraf waren de hunebedden bijna niet te zien.