De a van tak. Wat kun je met takken doen? Een houtvlot maken! Goede reis! met nat zand, en een stok in je hand... kun je de namen schrijven van dasje en... handig, zo'n afgevallen tak! Daar kan je andere takken mee uit het water vissen. Wat gaat hij ermee doen? Een hut bouwen? Zit er een kromme tak bij? Daar kun je dit van maken. Zie jij al wat het wordt? Een pijl en boog! Niet schieten hoor! Vlieg op, duif! tak t a k tak! zie jij de a in fietspad. ik zie een hoofdletter a. een brandweerauto. weer een hoofdletter a! mmm, pannenkoeken. in dat woord zit ook een a. de... de a zit in... rat! en in... glasbak! tak!