De twintigste eeuw werd echt de eeuw van de huisvrouw. De huisvrouw was gewoon de spil van alles. Na de oorlog toen er vrijheid was, toen moest het land worden opgebouwd. En daarin had de huisvrouw thuis een heel belangrijke taak. Ze moest er ook voor zorgen dat het morele verval wat we tijdens de oorlog waarin men natuurlijk anders leefde, veel mannen waren niet thuis. Toen kwam de bevrijding. Dat was een blije en vrolijke tijd maar soms ook best een zedeloze tijd en dat vond de overheid, dat moest natuurlijk wel weer even keurig in de verzuilde samenleving terug. En daarin had de huisvrouw een heel belangrijke taak want die moest het moreel hoog houden van iedereen. "Ik wilde naar de huishoudschool.
Want ze gingen allemaal naar de huishoudschool." "Met de vriendinnen allemaal. We hadden een hele leuke klas met elkaar."
"Je werd klaargestoomd voor een gezin, dacht men toen. En dan moet je gewoon kunnen koken en je moet kleding kunnen maken voor de kinderen die met de tijd zouden komen".
"Wasmachine, een koelkast. Dat hadden we niet en dat had eigenlijk bijna niemand in de buurt. Mijn moeder stond vaak met de hand, de was werd opgezet op het gas, het werd gekookt en het werd opgezet en de kruisen werden aangesmeerd met groene zeep. Dat stond te koken en dat rook... ik vond het vies ruiken. Stinken. Mijn moeder stond buiten te wassen. Zomer en winter."
Om zes uur is ze al begonnen. En nu, vier uur later, staat ze nog achter de tobbe. Dat is ook geen wonder als je alles met de hand moet doen. Bovendien lijdt het wasgoed onder zo'n hardhandige behandeling.
Lang kunnen huisvrouwen alleen maar dromen van elektrische apparaten. Dat komt door de gematigde lonen. Nederland werkt om het land op te bouwen. En de Rus buiten de deur te houden. Pas in 1956 komt er een landelijke loonsverhoging van 6 procent en raken luxe-artikelen binnen handbereik.
"Ik was van plan om vanmiddag een bioscoopje te pikken. Dus het kan zijn dat ik een beetje later thuis kom. Wat doen we dan met eten? Oh gewone tijd. Afgesproken. Zeg, tot straks en veel plezier in de bioscoop. Gaat jouw vrouw 's middags naar de bioscoop? Ja, vind je dat gek? Hoe speelt ze dat klaar zonder hulp? Wat, naar de bioscoop gaan? Het huishouden. Mijn vrouw heeft de hele dag haar handen vol met het huishouden."
Er kwam toch ook meer gemak. En daar kwam een beetje tijd bij vrij voor die huisvrouw. En die was natuurlijk niet voor zichzelf. Die tijd was om te zorgen dat iedereen blij en senang ook nog zich goed ontwikkelde. Ze had echt een centrale rol en moest ook nog een beetje het nieuws en de politiek bijhouden want ja organiseerde je een leuk etentje en kwamen de buren of vrienden of collega's van je man, dan moest je ook nog wel een beetje leuk mee kunnen praten. Niet alleen maar sloven zoals voor de oorlog maar dan ook nog heel onderhoudend en verzorgd en leuk.
En dan moest je allemaal bijhouden. Er was een massa aan bladen en adviezen voor vrouwen. En de huishoudbeurs met heel veel nieuwe apparatuur, ook nieuwe producten, de nieuwste snufjes, alles kon je daar vinden.