De grondlegger van het fascisme is de Italiaan Benito Mussolini. De jonge Mussolini is nog socialist, maar als hij staat te trappelen om mee te doen aan de Eerste Wereldoorlog, moet hij de partij uit. Hij sticht dan maar zijn eigen Italiaanse strijdgroepen, de fasci italiani di combattimento en creëert zo een heel leger aan fascisten. Mussolini zelf is de leider, Il Duce, en dus volgens hemzelf zeker geen doetje.
In het fascisme is een sterke leider belangrijk. Ondergeschikten moeten netjes gehoorzamen.
En wie niet in de pas loopt, krijgt met de geheime politie te maken. Als Mussolini aan de macht komt, heeft hij grote plannen met Italië. Volgens de propaganda gaan die gesmeerd, maar in het echt pakken zijn keuzes niet zo goed uit. Uiteindelijk wordt zijn bondgenootschap met nazi-Duitsland Mussolini fataal. De grote Leider eindigt hangend aan een tankstation bij Milaan. Zegeltjes d’rbij?
Ook heden ten dage kennen we groeperingen die min of meer fascistisch zijn. Hun ideologie is sterk populistisch én nationalistisch, met de nadruk op nationale symbolen en tradities. De eigen cultuur wordt verheerlijkt en ondertussen worden andere culturen zwartgemaakt. Of soms erger….