In de negentiende eeuw werd de typemachine uitgevonden door een zekere Christopher Sholes. De typemachine was een groot, toen al draadloos, apparaat, waarmee je letters direct op papier kon drukken. Netjes op een rijtje, een stuk beter dan het uitvindershandschrift van meneer Sholes.
De eerste typemachine had nog een toetsenbord met een alfabetische indeling, maar als Christopher z’n eigen voornaam iets te snel intikte, dan botsten de tangetjes van de ‘s’ en de ‘t’ tegen elkaar, en kwamen ze klem te zitten. Ja, zo kreeg-ie die statusupdate natuurlijk nooit op papier!
Om toch snel te kunnen tikken moesten de toetsen dus door elkaar gehusseld worden, en wel op zo’n manier dat de meest gebruikte lettercombinaties uit elkaar kwamen te liggen. Een heel gepuzzel, maar dan heb je ook wat. Vanaf 1873 kwam die qwerty-typemachine in zwang, en vandaag zitten we nog steeds opgescheept met die indeling op ons toetsenbord. Niet helemaal logisch of bijzonder handig bij het tikken, maar gewoon omdat het ooit zo bedacht is, net als het alfabet, maar dan in een andere volgorde.
Dikke kans dus, dat ook over 1000 jaar - als we nog typen - we nog steeds typen op een QWERTY-toetsenbord. Behalve de Belgen want die hebben AZERTY en de Fransen ook maar dan met het apenstaartje niet onder de 2 maar onder de 0. Rare jongens, die Fransen!