Er zijn arme mensen in Nederland, maar tegelijkertijd staan we ook in de top tien van de rijkste landen ter wereld. De vraag is natuurlijk ook hoe arm iemand in Nederland eigenlijk is, in vergelijking tot een arm iemand in Afrika of India. Volgens de norm van de Verenigde Naties is armoede als je minder dan een dollar per dag verdient. Als je die norm hanteert, bestaat armoede in Nederland niet. Arme mensen hier kunnen eten en een uitkering krijgen. Ja, ten opzichte van andere Nederlanders zijn ze misschien wel arm, of beter gezegd ‘armer’. Armoede is altijd een relatief begrip.
Wiens taak is het eigenlijk om voor armen te zorgen? Er zijn twee radicaal uiterste opvattingen. Volgens de achttiende-eeuwse filosoof Jeremy Bentham was het de taak van de overheid om dat te doen. We moeten er met zijn allen naar streven om het geluk voor iedereen te maximaliseren en het lijden zoveel mogelijk uit te bannen. De Australische filosoof Peter Singer vindt, in navolging van Bentham, dat iedereen 5% van zijn inkomen zou moeten afstaan om armen te helpen. De enige legitieme ondergrens om niet te helpen is als de opleiding van je eigen kinderen in het geding komt. Linkse politieke partijen zoals de SP, de PvdA en GroenLinks bedrijven politiek op basis van het benthamiaanse uitgangspunt: de zwakkeren in de samenleving moet je steunen. Rechtse politieke partijen verwerpen medelijden als basis voor de inrichting van een samenleving. Zij stellen dat een ieder individueel verantwoordelijk is voor zijn of haar welzijn. Volgens de VVD zorgt de bijstandscultuur er voor dat mensen te gemakkelijk steunen op de staat als het mis gaat. Daarmee staan zij dichter bij de filosoof Friedrich Nietzsche die medelijden met armen en zwakkeren contraproductief vond. Door medelijden te tonen bevestig je dat iemand zwak is en boor je niet de kracht van iemand aan. Sterker nog, je houdt hem of haar zwak door te helpen.
Wie heeft er volgens jou gelijk, Bentham of Nietzsche? En bestaat armoede eigenlijk wel in Nederland?