Wat is een gedicht? Dit zijn Monique en Hans Hagen. Samen schrijven zij gedichten. Ze leggen uit wat een gedicht is.
Een gedicht, vind ik, is eigenlijk een heel klein verhaaltje. Het kan ook wat groter zijn. Maar waarin de dichter in heel weinig woorden heel veel probeert te zeggen. Ik zal even een voorbeeldje geven, ik ga hier even een klein verhaaltje opschrijven en dan moeten jullie straks zeggen of het een gedicht is. Het verhaaltje heet Tijger:
De wind huilt aan het raam, het is donker, buiten, daar komt de tijger.
Is dat een gedicht? Vind je dat een gedicht?
Nee.
Het lijkt er niet echt op hè? Nee. En als ik het nou…
Het is een verhaal.
Ja, het is een soort verhaal, een lang zinnetje. Maar als ik het nou zo opschrijf, dan moet je goed kijken, dan schrijf ik hier: “Tijger.” En ik schrijf in de tweede regel “De wind”. En in de derde regel: “huilt”. En in de vierde regel: “aan het raam.”:
De wind
huilt
aan het raam.
Het is donker buiten,
daar komt de tijger.
Wow!
Is het dan wel een gedicht?
Ja.
Ja, gek hè? Als je het zo in korte zinnetjes onder elkaar schrijft, dan heb je ineens een gedicht.
Een gedicht moet toch rijmen?
Ja, dat kan wel, maar dat hoeft niet per se. Dit gedicht van die tijger, dat is toch een gedicht, dat vond jij zelf ook hè, dat staat in korte zinnetjes, maar het rijmt niet. Het moet een beetje ritmisch zijn. Hans heeft er nog een heel mooi voorbeeldje van.
Ja, kijk: er moet een beetje muziek in de woorden zitten:
Waar kijk je naar?
Waar denk je aan?
Wat zit er in je hoofd?
Zie je, er zit een soort ritme en dat is of er een trein door het landschap rijdt.
Is het nou moeilijk om een gedicht te maken?
Nou, soms is het wel heel lastig, want dan wil ik bijvoorbeeld schrijven over een hond, maar dan denk ik “hond”, dat woord bestaat al, dan wil je iets nieuws verzinnen, iets grappigs. En dat kan heel lang duren en dan op dit soort blaadjes begin ik dan te schrijven. Ja, en pas na een hele tijd lukt het eigenlijk. Eén keer had ik twee hele lange dagen zitten schrijven voor drie regeltjes! Toen had ik geschreven na twee dagen:
Ik zoek een woord,
een heel nieuw woord,
een woord, dat niemand kent.
En toen kwam Monique thuis aan het eind van die tweede dag en toen zei Monique zonder nadenken:
“Ik zoek een woord, dat zeggen wil, dat jij de liefste bent!”