Als je wil weten wat voor weer het is, kijk je naar de lucht. Vooral wolken kunnen je veel vertellen. Zijn ze donker, dan kan het gaan regenen, en bij kleine witte wolkjes blijft het waarschijnlijk droog.
Maar wolken geven ons nog meer informatie. Door onderzoek te doen naar wolken wereldwijd kunnen wetenschappers ook meer leren over het klimaat. En dat onderzoek wordt vooral gedaan vanuit de ruimte.
Met satellieten wordt gemeten welk effect wolken hebben op de temperatuur. Soms verkoelen ze de aarde, en soms warmen ze de aarde op.
Dat zit zo. De zon straalt warmte en licht uit. Maar niet al die energie komt bij ons aardoppervlak aan. De luchtlaag die om de aarde heen zit weerkaatst een deel van die energie weer terug. En ook wolken houden energie en dus warmte tegen.
Zo’n 70% van de zonne-energie komt echt op het aardoppervlak terecht.
Maar er is meer. Want de aarde verliest ook warmte. Dat zie je bij de rode pijl. En ook hierbij spelen wolken een rol, want ze houden een deel van de uitgestraalde warmte tegen. Als een soort deken houden ze het vast.
Wolken hebben dus twee verschillende effecten op de verwarming van de aarde. Ze houden zonnewarmte tegen, maar houden ook de warmte van de aarde vast. Het evenwicht tussen inkomende en uitgaande energie heet de stalingsbalans van de aarde.
Welk effect van de wolken het sterkst is, hangt af van het type wolken op een bepaalde plek.
Hoge bewolking is bijvoorbeeld vaak dunner, waardoor er meer zonnestralen doorheen kunnen komen. Daardoor wordt het warmer. Lage bewolking is vaak dikker, dus die weerkaatsen meer warmte. Waardoor het bij ons koeler wordt.
Nu het klimaat wereldwijd verandert, heeft dat een groot effect. Want onderzoekers zijn erachter gekomen dat door opwarming van de aarde er minder lage bewolking voorkomt. En juist die lage bewolking hield de zonnewarmte tegen. Minder lage bewolking, leidt weer tot meer opwarming.
Wetenschappers blijven onderzoek doen naar de wolken, en hopen zo meer te begrijpen over het effect van wolken op het klimaat van de aarde.