Dit is Turkije. Hier werd Sint-Nicolaas rond het jaar 300 geboren in de havenplaats Myra. Myra hoorde vroeger bij Griekenland. Als baby bleek Nicolaas al een bijzonder iemand. Zo ging het verhaal dat hij rechtop in zijn badje ging staan en met gevouwen handen God dankte voor zijn geboorte.
Later werd hij priester en ook toen werden er bijzondere verhalen over hem verteld. Eén ervan ging over drie jongens die in een bos wandelden en de weg kwijt raakten. Ze vroegen een herbergier of ze bij hem mochten slapen. In de herberg pakte de herbergier een mes, sneed de jongens in stukken en stopte ze in een ton. Nicolaas die toevallig langskwam had direct in de gaten dat er iets mis was. Hij bad tot God en de drie jongens stapten levend uit de ton alsof er niets was gebeurd.
Door dit verhaal werd Nicolaas de beschermheilige van de kinderen. In een ander verhaal hielp Nicolaas drie meisjes die te arm waren om te trouwen. Hij deed dat door 's nachts buidels met geld in de slaapkamer van de meisjes te gooien. Een ervan kwam terecht in een schoen. Daarom zetten wij bij het Sinterklaasfeest nog steeds onze schoen in de hoop dat Sint-Nicolaas er iets in stopt.
In een ander verhaal maakte Nicolaas per schip een reis naar Jeruzalem. Onderweg wilde de duivel met een storm het schip laten vergaan. Nicolaas bad tot God, en meteen ging de wind liggen en de zee werd rustig. Zo werd Nicolaas ook de beschermheilige van de zeelieden. In veel havensteden bouwde men daarom kerken, ter ere van Nicolaas, zoals de Sint -Nicolaaskerk, hier in Amsterdam.
Later werd Nicolaas bisschop van Myra. Nicolaas stierf op 6 december in 342 in Myra. Hij werd in zijn eigen kerk begraven en bijgezet in een stenen grafkist. De kerk verklaarde hem heilig. Er kwam Sint voor zijn naam te staan. Sint-Nicolaas.
Zevenhonderd jaar later veroverden Turkse moslims Myra. De christenen konden nu niet langer het graf van hun heilige bezoeken. Daarom zeilden Italiaanse zeemannen naar Myra om het lichaam van Sint-Nicolaas op te halen en mee te nemen naar Bari in Zuid-Italië. Daar werd zijn lichaam bijgezet in een nieuw graf, in een kerk die speciaal voor hem was gebouwd, de Sint-Nicolaaskerk.