Ik weet: wij zijn gewoon onderdeel van het evolutieplaatje. Toch blijf ik het moeilijk vinden de mens te zien als een van de vele diersoorten op deze planeet. We zijn met 7,5 miljard, maar chimpansees niet. Wij bestuderen het heelal. We zijn op de maan geweest. Dat zie ik 'n gorilla nog niet doen. Wij zij de enigen die ons dit soort dingen afvragen. Dan moet er toch bijna een fundamenteel onderscheid zijn tussen Homo sapiens en de rest van het dierenrijk? Goedemorgen. Ik ben Govert. Ik heb een afspraak met Midas. Ben ik aan het juiste adres? Ja. Hier aan de Vecht in Weesp woont de aangewezen persoon om onze plek in het dierenrijk eens goed onder de loep te nemen: bioloog Midas Dekkers. Dit is wel een plek, zeg. Ja. Midas, ik zit met een probleem. Ik weet dat we allemaal onderdeel zijn van die grote evolutie. Toch wil het er bij mij niet in dat homo sapiens gewoon een dier is. De eerste keer dat je naar de dierentuin ging, verbijsterd was over de verschillen. Eén met een ontzettend lange nek. De volgende met een lange neus. Je stond perplex. Je zag alleen maar verschillen. Als je vaker in de dierentuin komt zie je dat opvallend veel dieren vier poten hebben, nooit een dier met vijf poten. Of zeven. Voorpoten zitten voor, achterpoten zitten achter. Je ziet dat binnen de verschillen veel overeenkomsten zijn. Als je beter kijkt of bioloog wordt zie je dat overeenkomsten veel belangrijker zijn dan verschillen. Maar dat wij daarover nadenken blijft toch een bijzonder kenmerk van het menselijk brein, het zelfbewustzijn, cultuur, taal. Dat is het bijzondere. Wij denken dat goede hersenen belangrijker zijn dan een goede maag of goede ogen. Dat is kul. Elk dier kan datgene wat in zijn manier van leven nodig is. Dat wij iets kunnen wat een ander dier niet nodig heeft wil niet zeggen dat onze eigenschap beter is dan zijn eigenschap. Stel: je hebt als aap de keuze te blijven leven als een aap in de bomen, dat kan hij hartstikke goed, hij heeft de juiste bouw. Niemand kan zo goed in bomen klauteren. Of bouwt zich om tot een aap op de vlakte. Maar dan is alles wat hij als aap geleerd heeft om in bomen te leven nutteloos. Dan moet hij een nieuwe bestaansvorm verzinnen. Dat werd: grotere hersenen en met slimmigheden staande blijven. Op de vlakte, waar je niet voor gebouwd bent. Wij zijn apen die op de vlakte zijn gaan lenen en ons hebben verbeterd daarvoor. Maar we zijn ook sukkels die ons uit de bomen hebben laten verdrijven. De aapheid als geheel klautert nog vrolijk en eet bananen in de bomen. Wij sjokken voort op de vlakte. Goed. Ik ben gewoon een dier. Eh, ja. Ik zie gewone rare beesten op hun achterpoten lopen. Haha.