Dit kennen we allemaal wel: maiskorrels. Die kunnen we gewoon zo opeten maar je kunt er ook popcorn van maken, tortilla's, tortilla chips. Maar totdat het zover is. Dit is de maisplant. In deze dichtgevouwen bladeren zit een maiskolf en inderdaad, er steken haren uit. Die haren zijn nodig voor de voortplanting, want dat gaat wel even anders dan bij andere planten. Veel planten hebben insecten nodig om zich voort te planten. Kleurrijke bloemen trekken insecten aan zoals bijen en vlinders. In die bloemen vinden insecten nectar, dat vinden ze lekker. Dat lijkt heel aardig van de plant, maar hij geeft die nectar niet zomaar weg. Die plant wil bevrucht worden, want hij wil zich voortplanten. De insecten zorgen voor die bevruchting. Als een insect de bloem inkruipt, dan plakken er stuifmeelkorrels aan het beestje vast. De insect vliegt weg naar een volgende bloem om nectar te drinken. De stuifmeelkorrels die op zijn rug zitten, worden in de bloem opgevangen door de plakkerige top van de stijl. De stuifmeelkorrel beweegt zich dan door de stijl heen en bevrucht het vruchtbeginsel. Dit groeit dan uit tot een lekkere vrucht, bijvoorbeeld een appel. Als die vrucht wordt opgegeten en die zaadjes worden weggegooid of uitgepoept dan kan op die plek weer een nieuw plant groeien. Zoals je wel kan zien hebben maisplanten geen felgekleurde bloemen en ze hebben ook al geen zoete nectar dus er komen geen insecten op af. Maisplanten zijn familie van gras. Mais en grasplanten worden bevrucht door de wind. Aan het uiteinde van de tak zitten dan een soort bloemen, geen felgekleurde, en die bloemen maken hele lichte stuifmeelkorrels. Die stuifmeelkorrels worden meegenomen door de wind. Dus maisplanten hebben helemaal geen insecten nodig maar alleen maar een heel licht briesje. Naast deze bloemen hebben maiskorrels ook nog hele andere bloemen en die zijn verpakt in deze bladeren. Ik doe de bladeren weg en er zitten allemaal kleine bloemetjes in. Elk bloemetje heeft een zaadbeginsel. Dat zijn die hele kleine korreltjes die je hier ziet. Al die zaadbeginsels hebben een hele lange stijl. Waarom? Nou die zaadbeginsels en stijlen worden omgeven door al die bladeren. Als die stijlen heel kort zouden zijn, dan zouden ze verborgen blijven in die bladeren en dan zou er nooit een stuifmeelkorrel bij kunnen komen. Zo kan er ook geen bevruchting plaatsvinden. Dus die stijlen moeten lang zijn zodat ze uitsteken boven de bladeren. Wanneer die stuifmeelkorrels langs die stijlen waaien, worden ze opgevangen en die korrels werken zich een weg naar beneden, naar het vruchtbeginsel. Die wordt bevrucht en groeit uit tot een volwaardige maiskorrel. Dus voor elke maiskorrel is er een vruchtbeginsel en een stijl. Het kan wel eens voorkomen dat er een gaatje in je maiskolf zit. Dat wil niks anders zeggen dan dat er een stuifmeelkorrel het vruchtbeginsel niet heeft bereikt dus er is nooit een vruchtje uit gegroeid. Dat maakt verder niet uit, er zitten vruchtjes genoeg. Dus een maiskolf heeft geen haren, maar hele lange stijlen. Sterker nog, de langste stijlen ter wereld.