Het onderbuikgevoel. Zo noemen we het als mensen vinden dat een rechter een veel te milde straf aan een misdadiger heeft uitgedeeld. En veel mensen in Nederland hebben dat gevoel: zij vinden de straffen in ons land véél te laag. Waar komt dat gevoel vandaan? Voor een antwoord op die vraag moeten we even ver terug in de tijd. Vijfduizend jaar geleden om precies te zijn, toen er nog helemaal geen rechters of advocaten bestonden. In primitieve samenlevingen werden misdadigers namelijk gestraft door de slachtoffers zelf. Zij namen wraak op de crimineel en konden elke straf opleggen die zij maar wilden. Hun gevoel bepaalde dus welke straf toepasselijk was.
In het oude Babylonië, 1800 voor Christus, veranderde dat voor het eerst. De Babyloniërs, vonden namelijk dat de straf niet zomaar op gevoel kon worden bepaald: er moest een logica in zitten, stelden zij. De straf moest wel in verhouding staan tot de misdaad, ook wel het principe van proportionaliteit genoemd. Dat principe vinden we ook terug in de Bijbel. Daarin staat: oog om oog, tand om tand. Oftewel, een kleine misdaad verdient een kleine straf en een grote misdaad verdient een grote straf. Dat idee van proportionaliteit werd zeventien eeuwen later nog verder uitgewerkt door de Engelse filosoof Jeremy Bentham. Straffen moesten volgens hem niet slechts een gevoel van genoegdoening geven, maar ook ‘productief’ en ‘nuttig’ zijn voor de maatschappij, zei hij. Zo kreeg bestraffing steeds meer een rationele in plaats van emotionele rechtvaardiging. Wat een goede straf was, moest als het ware ‘berekend’ en ‘gemeten’ kunnen worden - en niet gebaseerd zijn op onze emoties. Dát is dan ook een van de belangrijkste redenen waarom veel mensen de straffen in Nederland vaak gevoelsmatig zo laag vinden. Het gevoel telt in onze rechtspraak niet meer mee. En dat heeft een goede reden: want zou iedere rechter zomaar straffen uitdelen op grond van zijn gevoel, dan zouden verschillende rechters totaal verschillende straffen uitdelen. En dat mag niet, want iedereen is in Nederland gelijk voor de wet.
Dus ook al zegt ons gevoel ‘hier’ (buik) dat een straf veel te laag is, uiteindelijk gaat het erom of we ‘hier’ (hoofd) vinden dat een straf rechtvaardig is. Tenminste, dat zegt mijn gevoel.