In Nederland steken we alleen vuurwerk af met oud en nieuw. Maar in dit stadje doen ze het bijna elke dag. Als je een nieuwe auto hebt of als je gaat trouwen. Dit is het stadje Ljo-jang, midden in China. Hier groeien de kinderen op tussen het vuurwerk. Dit negenjarige jongetje woont hier ook. Als ontbijt eet hij noodles. Zijn opa heeft een vuurwerkfabriek waar zijn moeder ook werkt. Daarom kan hij bijna elke dag vuurwerk zien of afsteken. Aan de kinderen wordt van jongs af aan de geschiedenis van het vuurwerk verteld. Opa weet er alles van. Tot niet eens zo lang geleden werkten in China ook kinderen in de vuurwerkindustrie. Nu werkt ze zelf in de vuurwerkfabriek. Nu werkt ze zelf in de vuurwerkfabriek. Ze is verantwoordelijk voor de verkoop aan het buitenland. Ook aan Nederland. Daarom maakt de fabriek van de familie nu steeds meer vuurwerk voor grote evenementen. Zoals voor de Olympische Spelen. Dat gebeurde vroeger met de hand, nu met een machine. De regels voor de Chinese vuurwerkfabrieken zijn aangescherpt. Zodat het vuurwerk veiliger is. De pijlen die gevuld zijn, worden iedere dag getest voordat ze ingepakt worden. Als ze na een lange dag uit school komen, mogen ze huiswerk maken in een kantoor van de vuurwerkfabriek. Na het huiswerk is het tijd voor vuurwerk. Hij houdt meer van siervuurwerk dan van haar harde knallen. Hoewel hij er nooit bang voor is geweest.