Wat heb je daar Aart?
Dat zijn allemaal oude foto's van vroeger.
Oh leuk!
Kijk, dat zijn Klaas en Keesie. Ik logeerde vaak bij ze. Dan gingen we elkaar de hele nacht verhalen vertellen. Hele spannende verhalen en dan konden we natuurlijk niet slapen.
Oh echt waar?
Klaas is toen met zijn papa en mama naar Amerika vertrokken en Keesie is naar een andere school gegaan. Nooit meer iets van hem gezien of gehoord.
En dat? Wie is dat?
Dat is Marieke. Marieke zat voor mij in de klas. Ze had heel mooi, lang, blond haar. Daar kon ik echt de hele dag naar zitten kijken.
Heel mooi lang haar heeft ze zeg. Dag Marieke.
Ze is naar een andere school gegaan en heb ik haar nooit meer gezien of gesproken.
Oh, echt waar? Wat jammer. En dat? Wie is dat?
Deze is Henk. Mijn buurjongen. Daar kon je mee lachen. Dat kan je wel zien ook. We konden ook hele grote hutten bouwen met planken en spijkers enzo. Ja, dat is allemaal lang geleden. Dat is voorbij. Daar kan ik soms een beetje verdrietig over worden.
Oja.
Soms denk ik wel eens, alles wat leuk is gaat voorbij en dat wordt steeds minder leuk.
Maar ik dan Aart?
Hoe bedoel je dat?
Ik was er vroeger toch niet?
Dat is waar Ieniemienie.
Nu ben ik er wel. Dat is toch juist leuk?
Ja, misschien wordt niet alles alleen maar minder leuk.
Nee, natuurlijk niet. Er gebeuren altijd weer leuke nieuwe dingen.
Ja dat is waar.
Vertel verder.
Wie is dat?
Met dat brilletje, dat is Boris. En Boris had een hele mooie, grote, rode priktol. Daar konden we dan de hele middag mee tollen.
Ja, leuk! Aart, wat leuk dat jij me nu over vroeger kunt vertellen.
Ja, dat is waar. Ik ben echt blij dat jij er bent Ieniemienie.
Ik ben ook heel blij dat ik er ben.
Ja. En dat jij er bent.