Algemeen kiesrecht was in 1917 ingevoerd, twee jaar later volgt het vrouwenkiesrecht. Dus het aantal kiezers groeide ineens aan tot een ongrijpbare, anonieme massa. Hoe bereik je die? Dat was in de jaren twintig en dertig de vraag.
Het was 1 berg kiezers, het was een onoverzichtelijke berg kiezers. Hoe ga je die mensen aanspreken? Je kan niet meer ergens naartoe, een zaaltje huren ervoor gaan staan en een leuke toespraak houden. Je zal die mensen op een of andere manier met z’n allen tegelijk moeten benaderen. En daar zijn andere middelen voor nodig. Het drukwerk wordt anders van aard en hoeveelheden worden veel groter. Er worden films gemaakt die je overal kunt vertonen, de radio wordt ingezet.
Maar de verkiezingen, dat was een tijd van discussies op straat en tot in de nacht praten en schilderen. Kijk de partijen die bestonden, kerkgenootschappen en zo, die waren zeker van hun stemmers. De katholieken wisten: ‘een bepaald deel van de bevolking, daar zorgt de meneer pastoor wel voor, die stemmen op ons’. En bij mijn gereformeerde opa en opoe in Sloterdijk, die hebben nooit anders gestemd dan wat de dominee gezegd heeft. Dat zou niet bij ze opgekomen zijn.
In 1937 waren er voor het eerst uitslagen op de radio en dat heeft wel gevolgen gehad. Het was daardoor iets minder verhit dan gebruikelijk was in het Interbellum. Maar normaal gesproken ging je de straat op en ging je daar je informatie halen en dat kan op verschillende plekken. Dat kan in de eerste plaats bij de kantoren van de kranten, aanvankelijk hadden ze borden op hun gevel en dan was daar een mannetje op een ladder en die hing dan daar cijfers op. Daar kon je dus lezen hoe gaandeweg de telling, de zetelverdeling veranderde.
Dan stond je daar allemaal, nou een hele groep mensen, te kijken vol spanning. Hoe is het daar gegaan? Hoe is het daar gegaan, als er dan weer eens wat van een plaats binnenkwam. En dat gaf gejuich bij de groep die won en ‘hmmm’ bij de anderen. Maar daar ging ik vaak naartoe ja, ook in 1937.
Kon je zeggen dat die campagnes veel invloed hadden op de uitslag? Ik heb de indruk van niet, nee. Ja, het is heel wonderlijk. Als je ziet wat er gebeurt, en met name ook de ontwikkeling: in 1918 nog een vrij suffe, private campagne en dan die enorme ontwikkeling in het Interbellum tot een hele levendige, moderne en professionele massacampagne aan het eind van de jaren dertig, dan vraag je je bijna af ‘waarom?’. Er viel namelijk niks te winnen, want er was die verzuiling, mensen stemden heel duidelijk langs hun ideologische lijnen, bleven dat ook doen. Misschien dat er aan het eind van het Interbellum wat verschuivingen waren, maar als je dat afzet tegen de enorme zetelverschuivingen die wij bijvoorbeeld de afgelopen verkiezingen gehad hebben, dan is dat peanuts, dat is niks.