Padden overwinteren op een andere plek, dan waar ze eitjes leggen. Om van de ene plek naar de andere te komen, moeten ze een reis maken. We noemen dat de paddentrek. Tijdens die paddentrek steken ze wegen over, maar door het drukke autoverkeer halen veel dieren de overkant niet.
Om te voorkomen dat jaarlijks hele paddenkolonies worden platgereden maken we op sommige plekken speciale tunnels onder de autowegen door waar padden veilig doorheen kunnen. Met speciale schermen worden de padden in de richting van de tunnel gestuurd. Op deze manier komen ze heelhuids aan bij de poelen waar ze vervolgens hun eitjes kunnen leggen. Overigens maken niet alleen padden gebruik van deze tunnels.