Dit is Oeganda. Een ontwikkelingsland in Afrika. De meeste mensen die hier leven hebben het niet breed. Ze leven in armoede. Als je eenmaal in een sloppenwijk woont is het moeilijk om eruit te komen. Moet je voorstellen dat je hier bent geboren. Je ouders hebben weinig geld. Je kunt niet naar school want je moet thuis helpen. Je leert dus niet lezen en schrijven en je toekomst is daarom heel onzeker. En je ouders zijn ook nooit naar school geweest. Ze hebben niet geleerd hoe je gezond moet blijven en hebben geen geld voor dokter. En ga zo maar door.
Om de armoede tegen te gaan hebben 189 landen wereldwijd afspraken met elkaar gemaakt. In 2015 moeten armoede, ziekte en honger ver teruggedrongen zijn. Die afspraken zijn gemaakt in het jaar 2000 en daarom heten ze de millenniumdoelen. Om deze doelen te halen moet er in de wereld nog veel gebeuren. Daarom krijgen ontwikkelingslanden hulp van rijkere landen en organisaties. Deze hulp bestaat bijvoorbeeld uit het geven van voedsel en medicijnen. Dit lost de problemen voor even op, maar niet voor altijd.
Daarom is er ook help die mensen langdurig helpt. Een goed voorbeeld daarvan is microfinanciering. Bij deze bank kunnen mensen zo’n kleine lening aanvragen. Al deze mensen wachten op een lening. Mensen kunnen kleine bedragen lenen bij een bank. Hiermee kunnen ze hun eigen zaakje beginnen of uitbreiden. Veel mensen gebruiken het geleende geld om een bedrijfje op te richten en dat kan van alles zijn. Hier hebben we een fietsenmaker, hier hebben we een schoonheidsspecialist, hier verkopen ze pannetjes en bij dat gele tentje verkopen ze telefoonkaarten.
De winkeltjes trekken klanten aan en soms kan er personeel worden ingehuurd. Het geld wat wordt verdiend kan worden uitgegeven op deze manier kan de plaatselijke economie profiteren. De welvaart zal langzaam groeien. Op deze manier kan Oeganda zich ontwikkelen tot een land waar steeds meer mensen een normaal en gelukkig leven kunnen leiden. Ik ga hier op bezoek bij een familie die al een stap verder is. Ze zijn klein begonnen en hebben hier een goedlopende frisdrankwinkel. Even kijken hoe de zaken gaan.
‘This is your business?’. ’Yes’. ‘Today is busy?’ ‘Yes I’m busy’. ‘I will not walk in the way too much. You work here alone today? How many people work here?’. ‘I have two workers.’ ‘Shall we have a look?’ ‘You can have a look’. ‘Can I help you today? Tell me what I can do.’ ‘Are you going to help me?’ Nieuwe klant, volle krat. Het is wel een beetje hobbelen dus je moet voorzichtig rijden. Oke, wat was het adres ook alweer? De zaken gaan zo goed dat de familie een huis heeft kunnen bouwen in een betere wijk net buiten de stad. Dankzij microfinanciering hebben ze nu zoveel geld verdiend dat ze hun huis kunnen verbouwen zodat het nog wat groter wordt. Het is dan wel niet de hoofdprijs uit de loterij maar een eigen bedrijfje dat goed loopt is wel de manier om een beter leven te krijgen.