Zo ziet het landschap er nu uit in het gebied waar veel hoogveen is afgegraven. Het afgegraven veen, de turf, werd vervoerd via het water. Dat gebeurde over het hoofdkanaal. Later werden er ook zijkanalen gegraven. Zo kon je dieper met de boot het veengebied in komen.
Deze zijkanalen kwamen direct uit in het hoofdkanaal en daardoor moesten er veel bruggen worden gebouwd. Bruggen bouwen kost veel geld. Daarom hebben de mensen een oplossing bedacht! Een achterdiep.
Vanuit het hoofdkanaal werd er één kanaal achter de weg gelegd, waar dan alle zijkanalen weer op uit kwamen. En zo had je veel minder bruggen nodig. Als het hoogveen was afgegraven, werd de grond geschikt gemaakt voor landbouw. Dit gebeurde door de bolster, de bovenste veenlaag, terug te scheppen op de afgegraven grond, zo werd zandgrond gemengd met bolster. Zo ontstond goede landbouwgrond. Dit noemen we dalgrond.
Het hoogveengebied ziet er nu zo uit. Grote rechte akkers met veel kanalen. De dorpen, kanaaldorpen genaamd, zijn langgerekt. Vaak loopt er aan beide kanten van het kanaal een weg. Omdat op sommige plaatsen de zijkanalen niet meer gebruikt worden, zijn ze gedempt. Soms zijn zelfs de hoofdkanalen gedempt. Maar mensen vinden dit nu minder mooi en zijn hiermee gestopt.