Dit zijn de kleigebieden in Nederland. Je vindt klei langs de grote rivieren en in de kustgebieden. Klei is veel fijner dan zand. Zo fijn zelfs dat je de korrels niet meer met het blote oog kunt zien. En als je het mengt met water wordt het een kneedbare massa, waar je geen korreltjes zand meer in voelt.
Klei is een goede delfstof om bakstenen van te maken. Het wordt dus op verschillende plaatsen in Nederland afgegraven. Langs de grote rivieren staan de meeste baksteenfabrieken. Als de klei is afgegraven, wordt deze in de fabriek eerst goed gekneed. Er moet vaak ook nog wat water bij zodat het goed verwerkbaar is en blijft.
Na het kneden, gaat het de vormen in en wordt gedroogd. Na een paar weken is de klei droog genoeg en kan ze gebakken worden. Dat moet heel langzaam gebeuren, omdat anders de steen barst.
Door de hoge temperatuur in de oven smelten de stukjes klei aan elkaar. De stenen veranderen door het bakken van kleur en ze worden oer en oersterk. Zo sterk dat je er makkelijk hele hoge gebouwen van kunt maken! Met gebakken klei.