Karel de Grote leefde zo'n 1300 jaar geleden. Hij was koning van het Frankische rijk, wat ongeveer even groot was als Frankrijk, Duitsland, België en Nederland nu bij elkaar.
Karel had over zijn hele rijk paleizen. Maar het grootste en mooiste paleis stond in Aken. Het paleis was gebouwd naar het voorbeeld van gebouwen die Karel in Rome had gezien. Zo mooi moest zijn paleis ook worden. Om zijn paleis te versieren, liet Karel zelfs marmeren beelden over de Alpen naar Aken toebrengen.
Van het paleis is niks meer over. Alleen de kapel staat nog.Karel wilde weten hoe de wereld in elkaar zat. Daarom nodigde hij geleerden uit heel Europa uit. Die vertelde over sterrenkunde, rekenen en talen. Zelf was Karel niet naar school geweest. Dat deed niemand in zijn tijd. Hij kon niet eens schrijven. Dat liet hij doen door monniken.
Als keizer Karel een handtekening moest zetten onder een belangrijk papier, zette hij alleen twee lijntjes. Karel kon dan zelf niet schrijven, hij heeft wel iets belangrijks gedaan. Hij liet de monniken een nieuwe letter ontwerpen. Een letter die simpel was om te schrijven en dus makkelijk leesbaar. Deze letters gebruiken we eigenlijk nog steeds.
Karel vond het belangrijk dat kinderen naar school gingen. Nou ja... jongens dan. Daarom liet hij scholen bouwen en monniken werden de meesters. Alles wat Karel belangrijk vond, liet hij opschrijven en bewaren in prachtige versierde boeken.