“Op zoek naar het vroege Nederlands komen we natuurlijk uit in Damme, ooit de haven van het rijke Brugge. Hier moeten we zijn, bij deze man.
In de negentiende eeuw hebben ze een standbeeld voor hem neergezet, als een soort demonstratie tegen het Frans dat toen domineerde. Hij leefde nog veel vroeger, in de dertiende eeuw. Op het hoogtepunt van de Middeleeuwen schreef deze Jacob van Maerlant anderhalf miljoen woorden, over zaken die tot dan toe voornamelijk in het Latijn waren beschreven. In taal die iedereen kon begrijpen legde hij uit hoe de wereld in elkaar zat. Niet alleen de geschiedenis van de wereld schreef hij op, hij wist ook alles over vreemde volkeren, diersoorten, planten, noem maar op. Hij maakte van de wereld éen groot, om niet te zeggen fenomenaal gedicht.”
Het Nederlands waarvan we eerst alleen enkele woorden of zinnetjes tegenkomen in Latijnse teksten, wordt bij Van Maerlant een vloed van taal. Tegenwoordig kun je je niet meer goed voorstellen wat hij allemaal wist. Wij zijn gewend aan specialisten die hun leven wijden aan een relatief klein kennisgebied. Maerlant hield zich bezig met de hele wereld. Punt uit. Voor nagenoeg al zijn kennis over de wereld moest hij Nederlandse woorden en termen bedenken.
Van Maerlant werkte in Vlaanderen en ook in Holland, op het huidige eiland Goeree-Overflakkee. Hij las heel veel, maar je merkt ook dat hij zijn ogen goed de kost gaf.
Hij wilde zijn kennis graag delen met een breed publiek; edelen en burgers die zelf geen Latijn kenden en dus geen toegang hadden tot de wereld van de Middeleeuwse wetenschap. Je zou hem de eerste Nederlandse wetenschapsjournalist kunnen noemen. Wetenschap beoefenen ging in de tijd van van Maerlant heel anders dan tegenwoordig. Vrijwel niemand bestudeerde de werkelijkheid door het doen van experimenten. Nee, je leerde de werkelijkheid pas echt kennen door erover te lezen in boeken van gerespecteerde schrijvers. Wetenschap was dus vooral het verzamelen en verwerken van boekenwijsheid die vaak al eeuwenoud was. Aristoteles stond het hoogst in aanzien, hij stond aan de top stond van een piramide van geleerden waar Maerlant op zijn beurt zijn kennis vandaan haalde.
“Jacob van Maerlant heeft zijn best gedaan om al zijn kennis op te schrijven. Als we hem lezen kruipen we als het ware in het hoofd van een middeleeuwer. Door diens ogen kijken we naar de wereld om ons heen. In de tijd van Jacob van Maerlant leest iedereen de Bijbel – daar heb je de bron van alle kennis, daar moet je op studeren. Als je goed leest, kom je te weten hoe de wereld is begonnen en waar het allemaal naar toe gaat. Veel Middeleeuwse geleerden kwamen na hun Bijbelstudie tot de conclusie dat ze leefden in een eindtijd, dat aan het bestaan in deze wereld weldra een einde zou komen.”