Amanda en Valentijn zijn dol op chocoladecroissants.
Ze zijn lekker, luchtig en chocoladig.
Maar hoe komt de chocolade er eigenlijk in?
Allessandro weet het, hij is bakker. Hij laat zien hoe het gaat. Je hebt veel meel nodig, boter, gist, suiker, zout, eieren en melk. Dat gaat samen in een kneedmachine waar het wordt gemixt tot een grote, zware deegbal.
Als die klaar is haalt Alessandro het deeg eruit.
Hij kneedt de bal nog een keer door en dan gaat het deeg de koelkast in. Nu komt het belangrijkste ingrediënt: de boter. Een dikke plak! Die is nog te klein, dus de plak gaat in deze machine. Daar gaat-ie heen en weer en wordt heel dun uitgerold. Het deeg heeft lang genoeg gerust en wordt nu ook platgewalst. Allessandro legt de boter op het deeg en pakt de boter mooi in. Hij vouwt het nog een keer, dan omdraaien, en dan wordt het deeg, met de boter erin, weer platgemaakt. Tussendoor vouwen, en dan nog een keer platwalsen… Zo krijg je bladerdeeg. Nu is het deeg zo lang dat het helemaal niet meer in de machine past.
Dan is het zover. Allessandro snijdt de reuzenlap deeg in kleine rechthoeken. En nu komt het beste deel: de chocola! Allessandro legt twee chocoladesticks op een stukje deeg. Dan wordt er weer gevouwen: een keer van de ene kant, dan van de andere kant. Aandrukken… klaar!
En de volgende! Maar je kunt ze nog niet eten. Ze moeten nog in de oven! Daar gaat het heel snel… En, klaar zijn de lekkere, heerlijk geurende chocoladecroissants! En zo komt de chocola in de croissant!