Elke dag verliezen we vocht door te plassen, te poepen, te zweten en te ademen. Drink je niet, dan wordt je bloed langzaam stroperiger. Slimmer hersencellen pikken dat op en sturen een memo naar de nieren. 'Niet plassen, jongens! Vocht vasthouden.' Drink je daarna nog steeds niet... dan moeten je hersenen strenger zijn, ze geven een dorstprikkel af. Gevolg: je kunt alleen nog maar... aan water denken.