Over anonieme helden gesproken. Want ken jij deze man? Simon Groot, de 84-jarige oer-Hollandse zesde generatie zaadveredelaar uit Enkhuizen. Nee? Gaat er geen belletje rinkelen? Luister dan even. Simon Groot krijgt de zeer prestigieuze World Food Prize, ook wel de Nobelprijs voor voedsel. Na de bekendmaking deze zomer werd hij groots onthaald in Zuidoost-Azië als een ware held. Want daar kennen ze hem wel. Met zijn bedrijf East West Seed ontwikkelt hij plantzaadjes waarmee je zo efficiënt mogelijk tropische groentegewassen kunt verbouwen. Het begon met een bittermeloenzaadje. Maar inmiddels spreken we over bijna duizend verschillende zaadjes van 60 groentesoorten die in 60 landen in Azië, Afrika en Zuid-Amerika groeien als kool.
Groot is er hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor dat bijna twintig miljoen kleine boeren een goed bestaan hebben kunnen opbouwen en dat honderden miljoenen mensen direct toegang hebben tot voedzame lokale groenten. Ja, dan ben je een held. Maar Simon Groot staat voor nog iets veel groters. Hij is namelijk de verpersoonlijking van heel Nederland. In deze video laat ik je zien waarin een klein land groot kan zijn. Dit is hoe Nederland de wereld voedt. Te beginnen bij export.
Nederland is met een bedrag van 90 miljard euro een enorme landbouwexporteur met een heel groot aandeel groente en fruit. Na de VS is Nederland zelfs de grootste landbouwexporteur ter wereld. Dat is best knap voor zo'n klein landje. Want Nederland past maar liefst 237 keer in het reusachtige Amerika, dat veel meer landbouwgrond heeft. Dus dat zegt wel iets maar niet alles. Want import en export zeggen eigenlijk meer over de containeroverslag in Rotterdam dan over Nederland als voedselland. We exporteren bijvoorbeeld ook enorm veel avocado's, sinaasappels en bananen. Maar die groeien toch echt ergens anders.
Toch komt bijna driekwart van al die export wel van Nederlandse bodem. En dat is alsnog gruwelijk veel voor een klein landje. Hoe dan?
In één woord: kennis. K(r)oppie k(r)oppie. Want wie niet sterk is, moet slim zijn. Daarvoor duiken we even de geschiedenis in. Nederland maakt rond het jaar 1900 een belangrijke tactische keuze ten opzichte van andere landen. Specialisatie. Neem graan. Amerika was dé grote graanleverancier voor Europa, maar veel Europese landen wilden hun eigen graanproductie beschermen en sloten de grenzen voor goedkoop Amerikaans graan. Nederland gooide die grenzen juist open. Door grote gewassen als graan, rijst, koffie en thee goedkoop te importeren, konden we zelf specialiseren in zaken als vlees, zuivel pootaardappelen en glastuinbouw.
Zoals deze Hollandse tomaat. Maar die komt straks. Nog heel even door op die geschiedenis. Want mede door die afhankelijkheid van grote gewassen van buiten kon het namelijk wel gebeuren dat Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog te maken kreeg met de hongerwinter van 1944 en 1945 met 20.000 doden. Dat nooit meer. Die hongerwinter werd daarna een drijfveer om voor eens en voor altijd de voedselvoorziening in Nederland op peil te houden. Onder leiding van minister Sicco Mansholt. Hij zou de landbouw flink moderniseren. Hij kwam onder meer met subsidies voor boeren. Minimumprijzen, importheffingen, investeringen in technologie. Hij zette in op schaalvergroting voor veel meer efficiëntie en dus meer winst. En, heel belangrijk: Alle ballen op onderwijs en onderzoek. Innovatie.
Die innovatie zit al heel lang in ons DNA. Neem de glastuinbouw. Zie hier de hoogste concentratie kassen ter wereld in de gemeente Westland, waar het ooit halverwege de negentiende eeuw begon met één simpele kas. Een echte Hollandse uitvinding. Toen nog een heel simpel glazen kooitje dat een beetje warmte van de zon vasthield om hier ook druiven te kunnen verbouwen. Maar tegenwoordig zijn het state of the art-kassen met de meest moderne technische snufjes. Veel efficiënter en duurzamer. Maar Landbouwinnovatie gaat nog veel verder. Denk bijvoorbeeld ook aan precisielandbouw met sensortechnologie en GPS, of uiterst efficiënte melkmachines.
Voorbeelden te over. En weet je nog, die zaadjes van meneer Groot? We zijn er in Nederland al sinds jaar en dag kampioen in: zaadveredeling, het kweken van de beste plantenrassen met de beste eigenschappen door ze met elkaar te kruisen. Denk aan de optimale smaak, de ideale vorm, bestand tegen ziektes, zuinig met water of een hele hoge opbrengst per hectare. En daar is ie dan: de Hollandse tomaat.
Wat hem zo bijzonder maakt? Let op. Nederland produceert een dikke 900.000 ton tomaten per jaar. Klinkt als veel, maar is alsnog slechts een half procentje van het wereldwijde totaal. Kijk bijvoorbeeld naar China. Maar nu komt het: grond. Waar China er 10.000 vierkante kilometer voor nodig heeft, zeg, Friesland, Groningen en Drenthe bij elkaar, teelt Nederland zijn tomaten op een stukje grond van zo'n achttien vierkante kilometer. Een gebied kleiner dan het Tjeukemeer. Omgerekend produceert China per vierkante kilometer zo'n 33 miljoen tomaten per jaar. En Nederland? 330 miljoen.
Dat is tien keer zoveel. Dus als je puur kijkt naar de opbrengst, dan maken wij puree van alle andere tomatentelende landen. En dat geldt trouwens ook voor paprika's en komkommers. En waarom tomaten, paprika's en komkommers? Dat antwoord is heel simpel: winst. Keuzes maken. Specialiseren.
We lopen dus voorop in kennis en onderzoek. De heilige grond: Wageningen University, met zo'n 6500 wetenschappers en 12.000 studenten van pak 'm beet 120 nationaliteiten. Hét wereldwijde centrum voor hooggespecialiseerde landbouwkennis. Waar overheid, wetenschap en het bedrijfsleven nauw met elkaar samenwerken. En we zijn dus kampioen zaadveredeling. Dat gebeurt vooral op een andere hotspot: Enkhuizen en omstreken. Met tientallen zaadveredelingsbedrijven, beter bekend als Seed Valley. Pasgeleden nog opende het bedrijf Syngenta een gloednieuw innovatiecentrum voor een slordige veertig miljoen euro. Dankzij zulke investeringen blijven we voorop lopen op de rest van de wereld. Maar we delen die kennis ook met de rest van de wereld. Syngenta schat zelfs dat 40% van alle groenten wereldwijd zijn geteeld met zaadjes uit Nederland. Ik zei toch, waarin een klein land groot kan zijn.
De hele wereld plukt er dus de vruchten van. Nu, maar zeker ook in de toekomst. Want met de sterk groeiende wereldbevolking staat ons wat betreft de wereldwijde voedselvoorziening nog grote uitdagingen te wachten. Dat is bijna niet te aubergine. Wij lopen in ieder geval voorop.