Het lijkt bijna sciencefiction: een ziek of beschadigd lichaam repareren zonder medicijnen, maar met levende cellen. Stamcellen. En het wordt steeds meer science zonder de fiction. Het lijkt de 'holy grail' voor mensen met chronische of ongeneeslijke ziektes. En soms is dat het ook.
"Het was een ongeneeslijke ziekte, dus de enige mogelijkheid was om een stamceltransplantatie aan te gaan. En nu ik helemaal beter ben, voel ik me beter dan ooit."
Wat zijn die stamcellen waar we al zo lang over horen en wat kunnen we ermee? Dit is de belofte van stamcellen uitgelegd. Allereerst een klein lesje biologie. Ons lichaam bestaat uit 50 miljard cellen. En al die cellen hebben een specialisatie. Dat kun je zo zien: je spiercellen zorgen ervoor dat je kan bewegen, je zenuwcellen vervoeren informatie van A naar B en je hartcellen zorgen ervoor dat je bloed wordt rondgepompt. Al die miljarden cellen in ons lijf komen voort uit oercellen, ofwel stamcellen. Een stamcel is een ongespecialiseerde basiscel en die kan twee dingen: zichzelf vernieuwen én uitgroeien tot een gespecialiseerde cel, bijvoorbeeld een levercel, een bloedcel of een huidcel. Een stamcel kan dus veel en dat maakt ze zo interessant. Grofweg kun je twee types stamcellen onderscheiden: embryonale en volwassen stamcellen. En die embryonale stamcellen komen uitsluitend uit maximaal vier dagen oude embryo's. Zo kort na de bevruchting heeft een embryo nog geen hartslag en geen geslacht en is het een klein klompje cellen. En de stamcellen in embryo's zijn totipotent, ze kunnen nog alles worden. Het ultieme voorbeeld hiervan is een bevruchte eicel, want daar kan een heel mens uit groeien. Wetenschappers halen embryonale stamcellen uit restembryo's die overblijven na ivf-trajecten en anders worden weggegooid.
Het tweede type stamcel is een volwassen weefselstamcel. Bijna elk orgaan in je lichaam heeft zijn eigen type stamcel. Die kunnen niet meer alles worden, maar ze zijn wel extreem belangrijk bij het vernieuwen en het herstellen van je lijf. Snijd je bijvoorbeeld in je vinger, dan zorgen je stamcellen ervoor dat er nieuwe huidcellen worden aangemaakt en sommige van dit soort stamcellen zijn constant actief. Bloedcellen bijvoorbeeld. Die worden voortdurend gemaakt uit stamcellen in je beenmerg. Die stamcellen zijn dus van levensbelang. Ze zorgen voor de vernieuwing en herstel van onze weefsels, organen en cellen. Werkt het niet goed, doen de cellen niet wat ze moeten doen, dan word je ziek, zoals Anemone.
"Ik zat eigenlijk al in mijn bonusjaar, ik zou niet lang meer te leven hebben. De ziekte die ik had is heel erg zeldzaam. Ik had de ziekte CTLA-4 en GLILD en dit houdt in dat de uitknop van mijn witte bloedcellen kapot was, waardoor mijn eigen bloedcellen tegen mijn lichaam gingen vechten en daardoor samenklonterden tot tumoren in mijn longen." "Toen ze erachter kwamen dat haar klachten door een genetische afwijking kwam, zei ze ook bij mij gaan kijken. Misschien is die ook wel aanwezig, en dat bleek zo te zijn." "Vroeger zou ik niet eens kunnen gaan gamen. Dan was ik eigenlijk al te moe geworden van het enthousiasme. Eigenlijk elke dag stond ik ziek op, was ik misselijk en dan was het maar even afwachten of ik me in de loop van de dag beter zou gaan voelen."
Je weet nu wat stamcellen zijn. Ga ik je nu vertellen hoe ze voor sommige ziektes en aandoeningen de sleutel tot genezing zijn. Stamceltherapie. Bij stamceltherapie transplanteren ze stamcellen. Die komen van een donor, of in heel uitzonderlijke gevallen zijn het de gerepareerde stamcellen van de patiënt zelf. Die nieuwe getransplanteerde cellen nemen in het lichaam de functie van de defecte cellen over. Genezing door cellen dus, zoals bij Anemone is gebeurd.
"Toen we erachter kwamen wat ik had, was eigenlijk ook duidelijk dat er geen echte medicijnen zijn om echt beter van te worden. Dat je eigenlijk alleen maar in de loop van de jaren achteruit zou gaan. Ja, eigenlijk was toen al wel duidelijk dat ik niet heel lang zou blijven leven. Dus dat we echt wel stappen moesten maken richting een stamceltransplantatie. Daarna begon ik met een andere soort versie van chemo om mijn eigen beenmerg helemaal kapot te maken. Om ruimte te maken voor de gezonde donorstamcellen. Toen kreeg ik de stamcellen toegediend, een soort bloedtransfusie, dus gewoon via een infuus kreeg ik bloed naar binnen en dat waren de stamcellen die mij beter zouden moeten maken. Ik had eigenlijk al vrij snel 100 procent donor cellen in mijn bloed. Dat betekent dat heel mijn bloed bestond uit de bloedcellen van mijn donor. Ik ben nu helemaal genezen. Ik ben eigenlijk nooit echt bezig geweest met mijn toekomst, omdat ik wist dat ik niet oud zou worden. En nu komt alles opeens zo dichtbij, want nu ga ik echt oud worden en nu kan ik er echt aan gaan denken."
Voor Anemone was een transplantatie dus dé oplossing en het kan ook al de oplossing zijn bij verschillende vormen van bloedkanker, immuunziektes en bij beenmergaandoeningen. Maar hoe geweldig het ook klinkt, je doet niet zomaar even een stamceltransplantatie.
"Bij Anemone was het natuurlijk ook het laatste redmiddel en we hebben dat zolang mogelijk uit kunnen stellen. Ik heb nu nog geen levensbedreigende of limiterende klachten die zij wel had, die haar leven echt moeilijk maakten en ondraaglijk maakten. Ik vind het wel lastig om het hierover te hebben. Ook omdat ik, ja, ik zit ook nog een beetje in het proces van verwerken. Het kan ook zijn dat je gewoon te zwak wordt van de chemo of dat je een infectie krijgt tijdens het proces. Dus hoe langer we het uitstellen, hoe beter. En wie weet zijn er ook in de toekomst wel nieuwe dingen mogelijk." "Het is echt heel bijzonder dat eigenlijk zo'n kleine... Alleen een bloedtransfusie heeft ervoor gezorgd dat ik hier nu helemaal beter zit."
Stamceltransplantaties worden al tientallen jaren gedaan. Maar om überhaupt kans te maken op zo'n levensreddende transplantatie heb je in de meeste gevallen een donor nodig. De zoektocht naar een donor begint vaak in de familie. De kans dat je een donormatch vindt binnen je familie is maar 30 procent. Het merendeel van de matches vindt dus plaats buiten de familie en dan is de kans op een match maar één op de 50.000. En kijk, bij het aantal aanmeldingen bij de internationale stamcel bank was vorig jaar een flinke dip te zien. Dat komt onder andere omdat wervingsacties niet door konden gaan op scholen en universiteiten door corona. En hier dan? In Nederland verzesvoudigde het aantal stamceldonoren de afgelopen vijf jaar. Dat is mooi, maar als we naar onze ooster- en westerburen kijken, dan hebben we wel nog een slag te slaan. Er zijn dus heel veel donoren nodig.
"Wat zou je tegen de mensen willen zeggen die nu luisteren en denken van 'Hm, ik heb me nog niet aangemeld.'" "Ik wacht inmiddels nu al twee jaar. Hoe nu verder, want het is toch wel een levensbedreigende ziekte. Het is heel moeilijk om een donor te vinden. Het is een kleine impact om je te registreren. Mensen die het nodig hebben, voor hen is het een grote impact."
Donoren zijn dus van levensbelang bij stamceltherapie. Maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Wetenschappers van het LUMC kunnen bij baby's die worden geboren zonder immuunsysteem de stamcellen eruit halen, het ontbrekende gen fiksen en een gerepareerde stamcel terugplaatsen. En zo hebben die kindjes een immuunsysteem dat wel werkt. En deze ontwikkelingen zijn pas het begin. De potentie van stamcellen als reparatiekit voor je lichaam is dus enorm en daarom onderzoekt de wetenschap intensief welke rol stamcellen nog meer kunnen spelen bij de genezing van andere ziektes. Stel je voor dat je de kapotte zenuwen van iemand met de ziekte van Parkinson kan genezen, of Alzheimer of diabetes. Dat is de belofte van stamcelonderzoek in de toekomst. Duizenden wetenschappers van over de hele wereld houden zich hier mee bezig. De wetenschap staat op een kantelpunt Door successen komt er steeds meer geld en aandacht voor stamcelonderzoek. Het kabinet trok er onlangs nog 17 miljoen voor uit. Er zijn en worden dus grote stappen gezet, maar er is nog heel veel onderzoek nodig. Maar wat zeker is, is dat die ontwikkelingen in een rap tempo doorgaan.