De Middeleeuwen waren roerige en gevaarlijke tijden. Landeigenaren probeerden regelmatig land van elkaar af te pakken en er bestond nog helemaal geen politie. Iedereen moest dus zelf zijn eigen huis, haard en dieren beschermen. Koningen en rijke families van adel, die hadden het geld om burchten te bouwen, om zich te beschermen tegen hun vijanden en de eerste kastelen, die zagen er dan zo uit. Een houten toren op een heuvel met een hekwerk eromheen en het hekwerk had dan vaak scherpe punten. Een houten kasteel zet je natuurlijk zo in de fik en daarom bouwden ze vanaf 1100 stenen kastelen met dikke muren en hoge torens waarmee je over het land van de kasteelheer uit kon kijken. Dat land reikte zo'n vijftien kilometer ver en dat is net zo ver als je in één dag met een paard heen en weer kan lopen, want alles ging in die tijd nog te voet of te paard. Gruwelijk toch, ik zie mezelf al gaan op zo'n paard. Ho paard! Om het de vijand nog lastiger te maken groeven ze om het kasteel heen een brede slotgracht die ze vulden met water, want bijna niemand kon in die tijd nog zwemmen en zo werd het de vijand te moeilijk gemaakt om het kasteel te bestormen. Natuurlijk moesten de bewoners van het kasteel er zelf wel makkelijk in en uit kunnen en daarom bouwden ze over het water een ophaalbrug naar de poort toe. En als de vuil te rapen kwam, dan ging de brug natuurlijk omhoog. In het kasteel wonen de kasteelheer samen met zijn gezin en de belangrijkste ruimte in het kasteel is deze grote zaal: de Ridderzaal. Er was een groot vuur om iedereen warm te houden. Er werd gegeten, gedronken, gezongen, gedanst, er werden spelletjes gespeeld en voor het vermaak was er ook nog de hofnar, die trouwens ook iedereen in de gaten hield als een soort spion. Glas was heel zeldzaam in de middeleeuwen omdat het toen nog hartstikke duur was en daarom waren de ramen vroeger open gaten. Dat is ook waarom het altijd zo koud was in het kasteel, altijd rond de vier graden. En omdat de vensters niet heel groot waren, kon de zon het kasteel ook niet opwarmen. En daardoor was het zelfs in de zomer zo fris. Koud he? De keuken, heel belangrijk. Hier bereidden de koks het eten en het eten was simpel. Vaak aten de kasteelheer en de ridders hetzelfde als de boeren, namelijk soep met brood en wijn. En de kruiden, die kwamen uit de kruidentuin van het kasteel zelf. Iets meer zout, wel. En de keuken was ook gelijk de badkamer. Omdat het hier zo lekker warm was, gingen de bewoners van het kasteel hier dan in bad. En dat deden ze staand. Yes. Dankjullie. Volgende. Geen badkamers maar de kasteelbewoners hadden al wel een wc en dat is voor die tijd heel bijzonder. Ze noemen het een gemak of een plee en eigenlijk was het gewoon een gat dat uitkwam bij de gracht. Die uitsteeksels daar, dat zijn de wc's. En als de kasteelheer dan aan het poepen was, zag je z'n drollen zo naar beneden vallen. Zo zat je hier dan op je gemakkie. Wel een beetje koud aan je billen. Alleen de kasteelheer en zijn gezin woonden in het kasteel. De ridders woonden wel bij het kasteel in de buurt, maar niet erin. Zij wonen namelijk in de barakken van de voorburcht. Binnen deze dikke kasteelmuren ligt de voorburcht en die muren beschermen dus de voorburcht, maar natuurlijk ook de hoofdburcht, het kasteel zelf. Binnen deze muren kon er veilig worden geleefd en tegen de muren aan werden ruimtes gebouwd, bijvoorbeeld huizen. Die stonden daar voor de mensen die in het kasteel werkten, dienstmeisjes, bediendes, stalknecht, de torenwachter en de koks, maar ook stallen voor de paarden en het vee en ruimtes waar het werkmateriaal kon worden opgeslagen. De boeren die op het land rondom het kasteel woonden, werkten ook voor de kasteelheer. Ze leverden bijvoorbeeld voedsel en ze hielpen ook met allerlei klusjes en in ruil daarvoor kregen ze dan bescherming van de kasteelheer. Dat hield in dat ze hier dan mochten schuilen binnen deze dikke kasteelmuren met hun gezinnen als er gevaar dreigde. De gaten in de kasteelmuren zijn kijkgaten en zo konden de kasteelbewoners de vijand dan goed in de gaten houden. Natuurlijk werd er ook geschoten en dat deden ze in de uitsparingen tussen de kantelen. Mooi schot. De winnaar kreeg de macht over het kasteel en over het land en daarna ging het leven eigenlijk gewoon verder. Ik moet zeggen, het leek me eerst geweldig het kasteelleven, maar ik heb nu mijn twijfels. Er zijn ook heel wat minpunten. Je had geen schoon drinkwater, het was koud in het kasteel. Je moest keihard vechten, strijden voor je eigen bestaan en om te overleven. Er kon elk moment oorlog uitbreken. De mensen werden sowieso niet echt oud, dus ik ben blij dat ik nu leef. Maar we hebben er wel wat prachtige kastelen aan overgehouden. En nu weer terug naar onze tijd.