Jezus, de zoon van God werd opgehangen aan het kruis. Een kruis op de heuvel Golgotha. Pontius Pilatus, de Romeinse leider, had hem daartoe veroordeeld. De spijkers zaten door zijn handen en zijn voeten. En het duurde niet lang of hij bezweek.
Zijn vrienden haalden hem 's avonds voorzichtig van het kruis en legden hem in een graf dat in de rotsen was uitgehakt. Voor de ingang van het graf kwam een grote steen. Het was vrijdag, Goede vrijdag.
De zondag erna, kwamen drie vrouwen bij het graf. Ze wilden er geurende kruiden gaan leggen. De zon was net op toen ze er aankwamen. Plotseling bleven ze geschrokken staan. De steen was weg en het graf was leeg. Naast hen verscheen een engel. Hij zei: "Hij is er niet meer. Hij is opgestaan!"