De politie maakt bij het politiewerk soms gebruik van paarden. Dat noemen we: de bereden politie. De paarden worden vooral ingezet bij evenementen waar veel mensen zijn, zoals popconcerten of voetbalwedstrijden. De politie gebruikt paarden, omdat ze lief en vriendelijk zijn, maar ook groot, sterk en imposant. En vanaf de rug van het paard kan een agent alles goed zien.
Paarden zijn vluchtdieren. Bij gevaar willen ze vluchten. Van herrie, felle kleuren en vlaggen kunnen ze weleens schrikken en op hol slaan. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Daarom krijgen paard en ruiter een speciale training. Paard en ruiter leren omgaan met bijvoorbeeld dichte rook, felle kleuren, lawaai en... vuur.
Het duurt ongeveer een half jaar van trainen,voordat het paard de ruiter helemaal vertrouwd. Het paard is immers een vluchtdier, maar hij mag niet vluchten wanneer het te eng wordt. Hij mag zelfs niet vluchten voor vuur. Het paard moet zoveel vertrouwen hebben in de ruiter, dat hij zelfs door vuur heen durft te springen.
Paard en ruiter blijven trainen. Iedere week minstens een dag. Zo blijven paard en ruiter vertrouwd met onverwachte gebeurtenissen als een harde knal van een rotje.