China maakte de afgelopen 75 jaar een wonderbaarlijke storm achtige ontwikkeling door qua bevolking bijna verdrievoudigd de kindersterfte gekelderd en de economie enorm hard gegroeid. En China is de tweede economie in de wereld. En die economische groei, die kun je niet los zien van de bevolkingsgroei. Dat noemen we dan eigenlijk demografisch dividend. Je hebt honderd mensen in een land. Daarvan zijn er twintig kinderen tot vijftien jaar, zestig zijn tussen de vijftien en de 65 en de andere twintig zijn ouderen boven de 65. Nou, als mensen minder kinderen krijgen, wordt de werkende groep mensen relatief groter en dat geeft een land een paar decennia de kans om heel hard te groeien. Neem in Nederland We hadden de babyboom in de jaren 40/50 waarna een baby bust ontstond. Dat betekent dat die grote babyboom generatie gevolgd werd door een kleine generatie met daar een optimale verhouding tussen laten we zeggen verdienende mensen en afhankelijke mensen. Dus dat creëert demografisch dividend. Terug naar China, want dat land heeft de laatste decennia laten zien wat er kan gebeuren als je effectief gebruik maakt van zo'n groeiende groep werkende mensen. Maar China staat aan de vooravond van een enorme verandering. Voor het eerst in zestig jaar kromp de Chinese bevolking. Er stond gewoon een straf op het krijgen van twee of meer kinderen. Daardoor is de dat land enorm op de rem gaan staan. Hebben ze daar nu een beetje spijt van denk je? Nou ja, spijt. Het heeft natuurlijk ook wel voordelen opgeleverd omdat hoe u het ook wendt of keert, wat we ook van China denken, het land heeft het probleem van hongersnood wat vroeger endemisch was in dat land opgelost. Laten we eens kijken hoe de Chinese bevolking er in de toekomst uitziet. In het jaar 2100 is die zo'n beetje gehalveerd. En als je denkt dat wij hier in Nederland vergrijzen nou kijk dan eens wat er in China staat te gebeuren op dit moment zijn er voor elke honderd werkende Chinezen 26 kinderen en negentien ouderen, maar dat worden aan het eind van deze eeuw in 2100 twintig kinderen en drie en tachtig ouder. En die hebben allemaal onderwijs nodig of zorg en dat moet ergens van betaald worden. Maar de groep die zorgt voor de economische groei, de 15 tot 64 jarigen. Die groep zou flink afnemen tot dat er in dat jaar 2100 nog maar 380 miljoen over zijn. Ter vergelijking dat zijn er nu nog bijna 1 miljard. Daar kom je natuurlijk voor een mega vergrijzing probleem te staan. Die generatie gaat nu met pensioen en zij hebben allemaal maar één kind of soms niks. Dus wie gaat dat verzorgen? Kijk nog even goed naar de voorspelde leeftijds verhoudingen in China van eerder. Je kunt die grofweg opdelen in twee groepen de werkende en de niet werkende leeftijden. Nou, als je die groepen vervolgens terugbrengt naar één lijn, dan krijg je dit. De verhouding tussen de werkende en de niet werkende door de tijd heen. En let op, want deze grafiek vertelt je het hele verhaal in één beeld. Volgens de experts moet deze lijn boven de 1,7 zitten wil een land economisch kunnen profiteren van dat demografisch dividend. Vanaf de jaren tachtig heeft China dus enorm geprofiteerd van dat grote aantal werkenden. Maar aan die periode komt nu een eind. En kijk even wat er gebeurt als we India erbij zetten. Die lopen een paar decennia achter op China zoals je ziet, en zitten nu bijna op hun piek. Daar moet het de komende decennia echt gebeuren. En dan is dit het gemiddelde van de Afrikaanse landen. Afrika gaat economisch gezien dus pas in de tweede helft van deze eeuw profiteren van de bevolkingsgroei. Maar een stuk minder dan China en India dat deden. En als dat lukt, dan heb je een grote jonge actieve bevolking met alle kansen om zich te ontwikkelen. Maar als dat niet lukt, dan heb je geen demografisch dividend. Maar dan heb je eigenlijk een soort demografische burden, een enorme last. Het onderstreept allemaal nog maar eens hoe belangrijk de bevolkingsopbouw is voor de ontwikkeling van een land.