Dit hierachter is het IJsselmeer. Vroeger in de 16e en 17e eeuw, heette dat de Zuiderzee. Auto’s waren er niet. Er werd vooral gereisd met schepen. De zuiderzee was een super druk verkeersplein. Nederland was in die tijd het belangrijkste handelsland ter wereld. En al die schepen kwamen aan en vertrokken vanaf de Zuiderzee. Ze voeren de hele wereld over om handel te drijven. De Gouden eeuw noemen ze die tijd, omdat het ontzettend goed ging met de handel. Dat varen deden de bemanningsleden met gevaar voor eigen leven. Maandenlang waren ze onderweg. Maar hier, op de Zuiderzee kon het al flink misgaan. Want het spookte op de Zuiderzee. Het kon er ontzettend stormen. En er zijn dan ook veel schepen vergaan. Veel van die scheepswrakken liggen er nu nog steeds. En in die wrakken worden bijzondere dingen gevonden. Zo rond 1700 gaan ook hele gezinnen mee, worden de schepen groter. En komt er kinderspeelgoed. En dit zijn bijvoorbeeld knikkers. Het gebeurde bijvoorbeeld ook wel eens dat ze in de winter vast kwamen te zitten in het ijs. En ja, wat doe je dan. Je wilt toch naar de kant om wat boodschappen te doen. Je verveelt je misschien. En dan heb je gewoon schaatsen aan boord. Iedereen had z’n eigen lepel, grote kommen. Eigenlijk alles wat we nu hebben, maar dan in een middeleeuwse variant. Vooral heel trots zijn ze op hun laatste aanwinst. Dit is een houten beeld. Bijna levensgroot. Die achterop een schip heeft gestaan, op de spiegel van een schip. Op één uiteinde. En op het andere uiteinde heeft nog zo’n zelfde beeld gestaan. Het is van een Nederlands schip dat kortgeleden bij Scandinavië is ontdekt. Door de manier waarop het beeld eruit ziet, kunnen ze precies achterhalen uit welke tijd het schip kwam. Uit de zestiende eeuw. Hier zie je nog wat krullend haar. Dan zie je nog een lange nauwsluitende jas. Dat noem je een rok in die tijd. Hij heeft hier nog een befje noem je dat, een strikje ander z’n kin. En die jas is nog gesloten met allemaal knopen. Dat heeft de kostuum specialist, die is in het rijksmuseum naar alle schilderijen gaan kijken. En deze meneer, Pieter Knol heet ie. Die lijkt het meest op de Hoekman. Maar hoe kan het dan dat het zo lang bewaard is gebleven? Zolang ie onderwater blijft, gebeurt er niets. Dan blijft ie gewoon in deze staat. Als we hem nu hier laten liggen en we doen er helemaal niets aan, dan ziet ie er aan het eind van de dag al heel anders uit. Zodra zo’n schip op de bodem staat, dan heb je een tijdscapsule noem je dat. Dan heb je een tijdmachine die zet je op een bepaald jaartal stil, nou en alles wat er dan in het schip staat, behoort tot die tijd.