Elk fort van de Stelling van Amsterdam heeft zo zijn eigen gebruik. Sommige worden leeggelaten en verwaarlozen op den duur, andere zijn opgeknapt en hebben een nieuwe bestemming gekregen. Het begon acht jaar geleden, in 1999, toen fietste ik langs dit fort en dat was helemaal in een droevige toestand, het was verlaten en verwaarloosd. Toen dacht ik: “ja, dit is dé plek waar je iets met kunst zou kunnen doen!” Het plan was om het fort te restaureren en daar is een groot bedrag voor nodig. We hebben een begroting gemaakt en die kwam erop neer dat we ongeveer 3,2 miljoen euro moesten investeren om het fort te restaureren, om de genieloods te restaureren en de hele omgeving aan te pakken, want alles moesten we zelf doen. Die 3,2 miljoen, die konden we niet krijgen van de provincie, zij waren bereid om de helft te investeren, dat is 1,6 miljoen, en wij moesten dus zelf 1,6 miljoen ophoesten. Toen hebben we bedacht om hier atelierwoningen te bouwen. Dat zijn houten huizen, dat past goed bij de Stelling van Amsterdam, want vanwege de Kringenwet mocht je alleen maar houten huizen bouwen. Deze houten huizen hebben we dus de verkocht en die hebben 1,6 miljoen euro opgebracht. En die 1,6 miljoen euro, die hebben we dus volledig besteed in het totale restauratieplan van het fort. Maar we moesten ook tien jaar lang garanderen dat het geëxploiteerd kon worden, en die exploitatie, die halen we nu uit het restaurant en die betaalt pacht, dus hoe meer mensen komen eten, hoe meer pacht. En we hebben een aantal ateliers en die ateliers, die verhuren wij en ook die huuropbrengst, die zorgt ervoor, dat we uiteindelijk voor een jaar lang, elk jaar, genoeg inkomsten hebben om het hele beheer te kunnen betalen. Dus daarmee is ook de hele exploitatie verzekerd.
Ik ben geboren en getogen aan de westkant van Haarlem, aan de voet van de duinen. Ik liep de straat uit en daar speelde ik in de duinen en in de bunkers die daar waren van de Atlantic Wall, als klein jongetje. Daar speel je dan soldaatje en dergelijke. Later is die liefde voor dat beton en de forten en dergelijke wat uitgebreid door ook andere linies en forten binnen Nederland en daarbuiten te bezoeken. Er zijn niet zo heel veel jobs waar je zo’n afwisselende baan hebt. Soms ben ik de tuinman, de postbode, soms ben ik de schilder. Het was eigenlijk een soort jongensdroom van mij om op een fort te mogen werken en dan ook nog een leuke functie te kunnen vervullen binnen dat fort. En die is uitgekomen en ik ben sinds een jaar of twee fortwachter van het fort bij Vijfhuizen.